Translate

Friday, 11 September 2026

Hoe Vlissingen een houthaven werd in 1964

This blogpost describes how Vlissingen, Netherlands became a timber supply port in the 1960s

Vandaag de dag leven we in een wereld die in toenemende mate afhankelijk is van een digitale informatiehuishouding. Is de voorspelde papierloze kantooromgeving dan eindelijk gerealiseerd? Neen, want nog steeds worden kranten en boeken gedrukt en spugen printers en kopieerapparaten grote hoeveelheden papier uit.

Lossen van papierhout in de Buitenhaven van Vlissingen in 1964 door het Noorse vrachtschip Hera, gebouwd in 1962, IMO 5148326 en eigendom van Tinfos Papirfabrik. Zeeuws Archief, Foto Dert, nr 1144

In de jaren zestig van de vorige eeuw lag dat geheel anders. Papier was toen nog het middel om informatie te verspreiden en bewaren. Dat betekende ook dat een continue aanvoer van de grondstof voor papier moest zijn gegarandeerd. En dat was nu net het probleem. De Nederlandse papierindustrie was in grote mate afhankelijk van hout aangevoerd uit het buitenland. Met name de Scandinavische landen waren de grootste leveranciers. In 1967 was dat maar liefst 85%. Twee jaar eerder was een rapport uitgebracht waarin men pleitte voor de aanleg van populierenbossen in Nederland. Populieren zijn snelgroeiende loofbomen en het hout hiervan werd afgenomen door de Nederlandse klompenindustrie. Maar wat heeft dit nu met Vlissingen te maken?

Haven voor papierhout

Vanaf 1964 was Vlissingen dé overslagplaats voor wol aangevoerd vanuit Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. In datzelfde jaar ontwikkelde de haven zich ook meer en meer tot een transitohaven voor papierhout. Vanuit Canada en Finland werd dit per schip naar Vlissingen verscheept en hier overgeladen op vrachtauto’s met als bestemming de Gelderse papierfabriek Van Gelder en Zn. te Renkum. [1] De groei was aanzienlijk, ontving de haven in 1963 vijf schepen geladen met hout, het jaar erop waren dat er 17. Deze ontwikkelingen hadden grote gevolgen voor de ontoereikende havenfaciliteiten. Opslagplaatsen moesten vergroot worden, torenkranen worden aangeschaft etc.

 

Lossen van boomstammen in de Buitenhaven van Vlissingen in 1984

Zeeuws Archief, Fotocollectie Vlissingen, nr 50525

Voor de (plaatselijke) werkgelegenheid was het goed nieuws. Om een idee te krijgen wat dit voor de vrachtvervoerders betekende: Jaarlijks werden er 50.000 vrachten per wagen verstuurd! De groei leek niet op te houden. Zo arriveerde in de eerste helft van maart 1966 het Finse s.s. Augusta Paulin met meer dan 5.000 ton papierhout, een nieuw record. [2] Het hout kwam overigens niet uit Finland maar uit het Canadese Mulgrave, het eerste schip uit Canada dat jaar. Het gevolg van dit nieuwe record was wel dat het lossen langer duurde. Gebruikelijker waren ladingen van rond de 3.000 ton. Dat was een gevolg van het feit dat het meeste hout uit Finland kwam en hiervoor kleinere schepen werden ingezet. Daarnaast werd het tijdstip van aanvoer vanuit Finland in sterke mate beïnvloed door het weer; was de Oostzee wel of niet ijsvrij?

Uitbreiding haven

De continue groei van de aanvoer in de Vlissingse havens kende wel een keerzijde. Kon eerder nog worden volstaan met uitbreiding van de bestaande infrastructuur, langzamerhand werd duidelijk dat dit geen optie (meer) was. In de tweede helft van de jaren zestig kwam Vlissingen-Oost meer en meer in beeld. [3]

 
Lossen van papierhout in de Buitenhaven van Vlissingen rond 1965. 
Zeeuws Archief, Fotocollectie Vlissingen, nr 15492

De N.V. Haven van Vlissingen was in hoge mate geïnteresseerd om hier de benodigde kaderuimte te realiseren. De buitenhaven bood slechts ruimte aan twee zeeschepen tegelijkertijd. Vrachtschepen geladen met hout konden eventueel via de sluizen de binnenhavens in maar waren wel gebonden aan een maximale diepgang van rond de 7 meter. Ging het tot dan toe met name om stukgoed, men sloot niet de ogen voor de toekomst. In Vlissingen-Oost moest ook een terminal komen voor de overslag van containers. Dit laatste was een versterking van de positie ten opzichte van de concurrerende Antwerpse havens.

Ook in de Vlissingse gemeenteraad kwam in februari 1966 het reilen en zeilen van het havenbedrijf aan bod. Raadslid Filius was blij dat het steeds drukker werd, maar vroeg zich wel af hoe het nu verder moest. Duidelijk was dat de zogenaamde Handelskade in de Buitenhaven veel te klein was om het scheepvaartverkeer aan te kunnen. Een mogelijke oplossing was de aanleg van een kade in Vlissingen-Oost. Maar vooraf wilde hij weten wat er nog mogelijk was in de Buitenhaven. Hij merkte ook op dat alle belanghebbenden zeer te spreken waren over het snelle lossen van de wolschepen.

Ook ten aanzien van de houtschepen heerste tevredenheid, maar toch liep de aanvoer van papierhout terug. Dit kon worden voorkomen door de aanschaf van én een houtgrijper én het kunnen afmeren van twee schepen tegelijkertijd. De burgemeester wist niet waarom er minder papierhout werd aangevoerd. Het was voor het grootste deel bestemd voor Van Gelder en misschien werd een deel via Velsen aangevoerd. Het had niets van doen met het door de gemeente Vlissingen gevoerde beleid.

Wel was er inmiddels naar goed overheidsgebruik een kleine ambtelijke commissie in het leven was geroepen. Deze moest zich maar eens buigen over wat er dan eventueel naar Vlissingen-Oost moest worden doorgeschoven. Dat kon stukgoed zijn, maar ook de verwachte grote(re) passagiersschepen.

Snel lossen en laden

Anderhalf jaar later op 2 juni werd 1967 beweerd dat de aanvoer van papierhout ‘al heel veel jaren een vrij aardige bron van inkomsten is’, sinds korte tijd aangevuld met boomstammen. Dat laatste klopt zeker want op donderdag 27 mei arriveerde het Nederlandse vrachtschip Beninkust in de binnenhaven geladen met 1.450 ton aan boomstammen. [4] Het was een experiment dat, wanneer het slaagde, zou resulteren in jaarlijks tienduizenden tonnen aan hout. Binnen 12 uur was de Beninkust gelost en het experiment dus een succes.

Blijkbaar was men overtuigd geweest van een goede uitkomst, want vrijdag 1 juni meerde de Peperkust met 1.000 ton af. Om een idee te krijgen van het gewicht van de boomstammen, het waren er slechts 184! De zwaarste boom woog 16.000 kilo en de stammen konden tot wel 14 meter lang zijn. Het ging hier om houtsoorten als azobé, dibetou, sipo en iroko. [5] Alles werd overgeladen in lichters met als bestemming Amersfoort en Duitsland. Het derde schip de Guineekust was ook al onderweg.

 

Lossen hout vanuit de Ocean Wind aan de container terminal in de Quarleshaven, Vlissingen-Oost in 1985. Gebouwd in 1984, eigendom van Biscay Marine Cargo Corporation. Zeeuws Archief, Fotocollectie Vlissingen, nr 50465

De invoer van boomstammen ging in de daaropvolgende jaren gestaag door. Op 23 november 1977 verklaarde de burgemeester desgevraagd nog dat de aanvoer vrij gezond was en dat hij weliswaar niet in de toekomst kon kijken maar geen abrupt einde verwachtte. Sterker nog, eind 1978 breidde men de aanvoer uit, nu met Zuid-Amerikaans hout. Inmiddels werd naast de Buitenhaven nu ook hout gelost in Vlissingen-Oost.

In de jaren tachtig ging men stug door ondanks soms onverwachte problemen. Zo liep op zondagmorgen 19 februari 1984 het Oostduitse vrachtschip Sonneberg vanwege de extreem lage waterstand in de Buitenhaven vast. Sleepboten waren nodig om haar los te trekken en na de Handelskade te slepen. Alsof er niets gebeurd was, begon men met het lossen van haar vracht hout.

Noten

1. Met deze fabriek is nog een Vlissingse relatie. De Kon. Mij. De Schelde leverde La Mont ketels met de nummers 5405-5406, besteld op 16 december 1952, af.

2. Gebouwd in 1941, eigendom van A/B Paulin Charters O/Y, IMO 5030608.

3. De Sloehaven werd op 2 september 1964 officieel geopend en sindsdien officieel Vlissingen-Oost genoemd.

4. Gebouwd in 1964, eigendom van de N.V. Vereenigde Nederlandsche Scheepvaart Mij./Holland-West Arika Lijn, IMO 5041138.

5. Het gaat om hardhoutsoorten uit Afrika gebruikt voor bijvoorbeeld zware, weersbestendige constructies als sluisdeuren en dukdalven, maar ook voor trappen, meubels en parket.

Bronnen

Krantenbank Zeeland

H. Arnoldus, Vijftig jaar N.V. Haven van Vlissingen 1934-1984.

Zeeuws Archief, Archief gemeentebestuur Vlissingen 1938-1970 (toegang 7102) met name inv.nrs 4136-4143.

Zeeuws Archief, Archief gemeentebestuur Vlissingen  1971-1980 (toegang 7103) met name inv.nrs 6067 en 6097

Gelders Archief, Archief Koninklijke Papierfabrieken Van Gelder Zonen NV te Renkum (toegang 2895).

Zeeuws Archief, Notulen van de gemeenteraad van Vlissingen. Deze zijn gedigitaliseerd straks on line beschikbaar via de website van het Zeeuws Archief.

Lloyds Register 1967-1968 en 1984-1985.

The former Norwegian whale catcher (ex-Viola 1906-1919, Kapduen 1919-2926) Dias anno 2026


Photo credit Paula O’Sullivan with our thanks

Grytviken nowadays lying beside the Albatross

Originally built as the screw steam trawler Viola H868 by Cook, Welton&Gemmell Ltd., Beverley, England in February 1906 with Hull, England as homeport, owner Hellyer Steam Fishing Company, in the First World War serving in the Royal Navy as the anti submarine trawler HMS Viola FY614, sold to Massey&Sons in 1918, sold to A/S Sandsfjord Trawfiskelskap, Norway and renamed Kapduen in Norwegian service in 1919, sold to the Cie. Argentina de Pesca S.A., Buenos Aires, Argentina in 1926, converted into a whale catcher at Sandefjord, Norway in 1927, as the Dias serving at the Grytviken whaling station, South Georgia until 1964. She served a sealer, for towing the carcasses of whales and transport of for instance sea elephant blubber. Gross tonnage 167 tons, under deck 133 tons, net tonnage 111 and as dimensions 1-8.5 x 21.6 x 11.5 feet. 

British frigate HMS Northumberland F238 1991-



Westminster, England 9 September 2026

Type 23 frigate or Duke-class preceded by Type 22-class and succeeded by Type 26- and Type-31 class frigates. IMO 8949666, MMSI 234621000 and call sign GCOH. Ordered in December 1991, laid down by Swan Hunter, Tyne and Wear, United Kingdom on 4 April 1991, launched on 3 April 1992, sponsored by Lady Anne Kerr, commissioned on 29 September 1994, decommissioned on 12 March 2025 and to be broken up in Turkey in September 2026.

Japanese landing craft carrier Kumano Maru 1944-1947

©Warshipsresearch.blogspot.com

M type C landing craft carrier of the Japanese army which was fitted out with a full-length flight deck. Laid down as a standard wartime cargo ship, by Kitachi Shipbuilding Shipyard, Innoshima, Japan on 15 August 1944, launched on 28 January 1945, completed on 30 March 1945, during the building converted in to a carrier, surrendered to the Allies forces at Kure, Japan on 15 August 1945 and afterwards used for repatriating Japanese military until she was sold to be broken up in 1947 which was executed between 4 November 1947-1 September 1948 by Kawasaki, Kobe, Japan. 

Allied naval forces searching for enemy submarines in Strait of Messina according to the Kriegsnachrichten of the Chef des Admiralstabes der Marine dated Berlin 9 August 1917

An item referred to an agent reporting that on 28 July both sides of Strait of Messina during about a hour were illuminated with a large number of search lights. Motor boats and torpedo boats were search for an enemy submarine.

Source

Bundesarchiv RM-40-622

Norwegian steamship Hallbjorg sunk by German submarine according to the Kriegsnachrichten of the Chef des Admiralstabes der Marine dated Berlin 9 August 1917

An item referred to a Spanish newspaper reporting that a German submarine sunk 25 nautical miles of Huelva the Norwegian steamship Hallbjorg (2,586 tons).

Source

Bundesarchiv RM-40-622

Ships arrived at Gibraltar on 1 August coming from the east according to the Kriegsnachrichten of the Chef des Admiralstabes der Marine dated Berlin 6 August 1917

An item reported the arrival at Gibraltar on 1 August of 1 Norwegian steamship, 1 Spanish steamship, 1 Italian passenger steamship, 4 armed steamships, 1 armed French steamships, 2 armed British steam transports, 1 armed British passenger steamship and 2 British steamships coming from the east

Source

Bundesarchiv RM-40-622

Russian diesel-electric cruise-missile submarine K-70 1962-1977 and B-70 1977-June 1989

Project 659/NATO Echo I-class in SSN configuration. ©Warshipsresearch.blogspot.com

Project 651/NATO Juliett-class. ©Warshipsresearch.blogspot.com

Part of Project 651 named by NATO Juliett-class preceded by Echo-class succeeded by Charlie-class. Designed in end 1950s by a team with as chairman Abram Samuilovich Kassatsier. Building planned of 35 boats but 19 were cancelled and 16 completed. Laid down by Krasnoye Sormovo Shipyard, Gorky on 25 August 1962, launched on 6 February 1964, commissioned on 22 January 1965, renamed on 25 July 1977, decommissioned in 30 June 1989 and broken up.

Sources

Breyer, S. and N. Polmar. Guide to the Soviet Navy, 2nd edition.

Jordan, J. Soviet submarines 1945 to the present.

Kouznetsov, N. La Marine sovietique en guerre 1941-1945.

Pavlov, A.S. Warships of the USSR and Russia 1945-1995.

Polmar N. and J. Noot. Submarines of the Russian and Soviet Navies 1718-1990.

Schulz-Troge, U. Die sowjetische Kriegsmarine.

Jane’s Fighting Ships several editions.

Warshipsresearch.blogspot.com

Russian Ships Info dated 12 April 2026 19:46 o’clock.

Juliett-class dated 5 May 2026 10:05 o’clock

Italian sailing ship Mama Filomena lost in 1917

According to a list of the Italian Department for transport over sea and by rail was she lost on 7 June due to unknown on the location 10 miles Cap Créus. Tonnage 148 tons.

Source

Bundesarchiv RM 20/728.

Soviet Union buying seaplanes abroad between 1922-1927

The American Military Attaché major George E. Arneman at Riga, Latvia referred in his report dated 16 November 1929 No. 7319 to the notes he received from the French Naval Attaché at Riga. He had been three years stationed at Riga and specialised in the Russian Baltic Fleet, being satisfied with his sources considered his notes as reliable. Arneman had no reason to disagree.

An item reported that the Soviet Union between 1921-1 January 1929 purchased 131 seaplanes abroad specified as follows:

1922 England 3

1923 Italy, Savoia 38

1924 Netherlands,Fokker D II 3 pursuit

Italy, Savoia 22

Italy, Isotta 8 pursuit

1925 Netherlands, Fokker, bombers 10

1926-1927 Italy, Savoia, bombers 45

1927 Germany, Junker B20, school 2

Source

National Archive. Record Group 165: Records of the War Department General and Special Staffs Series: Security Classified Correspondence and Reports. File Unit. Russia: Navy - MID 2503-16 THRU 2503-265. Roll 1443.

Dutch tug (ex-Britoil 37 2000-2008) Anteos 2008-

Scheveningen, Netherlands 23-8-2025

Netherlands-flagged, homeport Scheveningen, IMO 9223681, MMSI 244120000 and call sign PCYH. Built by Wuxi Shipyard, China in 2000. Owner/manager Dutch Tender Service, Hardinxveld-Giessendam, Netherlands.

Scottish whaler Larkins in 1821

Type ship. Master G. Muirhead. Tonnage 415 tons. Built at Whitby in 1805. Owner Kincaid M.Kinzie&Co. Port where registered Leith.

Source

List of the shipping registered in the different ports of Scotland. Glasgow, 1821. 

Scottish whaler Laetitia in 1821

Type ship. Master Clark. Tonnage 318 tons. Built at Lynn in 1806. Owner Greenland Whale Fishing Co. Port where registered Aberdeen.

Source

List of the shipping registered in the different ports of Scotland. Glasgow, 1821. 

British destroyer HMS (intended Killer) Owl 1913-1921

Admiralty-K-class design©Warshipsresearch.blogspot.com

Laforey- or L-class©Warshipsresearch.blogspot.com

Part of K- or Acasta-class preceded by Acheron-class succeeded by L- or Laforey-class. The class numbered 20 ships, of 12 which built while using the common Admiralty-design and 8 so-called builders’specials. The Acasta-class was in September 1913 redesignated K-class. Built under the Naval Programme of 1911-1912. Admiralty K-class design. Original intended name Killer. Laid down by Harland&Wolff, Govan, Scotland on 1 April 1913, launched on 7 May 1913, completed in April 1914 and sold to be broken up on 5 November 1921. 

American sailing sealing ship Aaron Howard in 1837 and 1839

Antarctic sealing ground southern seas. Rigging schooner. Arrived in 1837 and 1839 at New London with totally 4,500 fur-seal skins.

Source

Goode, George Brown. The fisheries and fishery industries of the United States. Section V. History and methods of the fisheries. Volume II, Washington, 1887. 

American sailing sealing ship Uxor in 1838-1839

Antarctic sealing ground South Atlantic Ocean. Rigging brig. Captain McKinster, left on 15 May 1838 Mystic, Connecticut for the South Atlantic Ocean and arrived at home on 9 March 1839 with 300 barrels sea-elephant oil.

Source

Goode, George Brown. The fisheries and fishery industries of the United States. Section V. History and methods of the fisheries. Volume II, Washington, 1887. 

Japanese auxiliary patrol boat Nos. 2229 cancelled 1945

©Warshipsresearch.blogspot.com

No. 1-class patrol boat/ Type B ordered under the 1943-1944 Programme to be part of the coastal forces. Of the 280 ordered were just 56 laid down and even a less number finally completed when the Second World War ended. To serve as convoy escorts were the boats also fitted out with minesweeping gears. Based on a traditional wood built fishing boat. With a displacement of 238 tons and as dimensions 93.5 (between perpendiculars)-105. 3/4 (over all) x 20.2 x 7.75 feet. Geared diesel propulsion with 400bhp via one shaft and speed 9 knots. Crew numbered 26 men. Armament consisted of 2/4x1-2.5cm guns and 8-12 depth charges. Cancelled in 1945.

British screw steam transport Simla in the Crimean War on 8 December 1854

According to a list of the return of the disposition in the Black Sea on 8 December 1854 drawn up by Captain and Principal Agent of Transports P. Christie, “Harbinger”, Balaklava, Crimea: number transport -. , present position Varna, Bulgaria, remarks to convey Turkish troops and horses to Eupatoria.

The Crimean War found place between 16 October 1853-30 March 1856 between Ottoman Empire, France, United Kingdom and Sardinia at one side and Russia and Greece on the other side. The British Government chartered a large number of merchant ships for transporting troops and stores.

Source

Reports from Committees: eight volumes. 3-Part II. Army before Sebastopol. Session 12 December 1854-14 August 1855. Vol. IX-Part II. 

British screw steam transport Tynemouth in the Crimean War on 8 December 1854

According to a list of the return of the disposition in the Black Sea on 8 December 1854 drawn up by Captain and Principal Agent of Transports P. Christie, “Harbinger”, Balaklava, Crimea: number transport 102, present position Varna, Bulgaria, remarks to convey Turkish troops to Eupatoria.

The Crimean War found place between 16 October 1853-30 March 1856 between Ottoman Empire, France, United Kingdom and Sardinia at one side and Russia and Greece on the other side. The British Government chartered a large number of merchant ships for transporting troops and stores.

Source

Reports from Committees: eight volumes. 3-Part II. Army before Sebastopol. Session 12 December 1854-14 August 1855. Vol. IX-Part II.

Thursday, 10 September 2026

Storage of whale oil in the harbour of Vlissingen, Netherlands in 1952

This blogspot deals with the temporarily storage of whale oil in melasse tanks in the Dutch harbour of Vlissingen in 1952

Bij afwezigheid van melasse werden de opslagtanks in de haven van Vlissingen in 1952 gevuld met traan uit Noorse walvisvaarders. Walvistraan werd met name gebruikt in de margarine-industrie. Het welbekende Unilever-concern was dan ook gedurende lange tijd nauw betrokken bij en in de walvisvaart.

Walvisvaart

In de 17e en 18e eeuw voeren jaarlijks vele tientallen Nederlandse walvisvaarders uit naar Groenland en Straat Davis. Ook Middelburgse, Veerse en Vlissingse ingezetenen pikten een graantje mee. Aan deze tijd herinnert de (pas gerestaureerde) walviskaak opgehangen aan de Campveerse Toren in Veere. Aan het eind van 18e eeuw was de Nederlandse walvisvaart nagenoeg verdwenen. Oorlogen, slechte vangstresultaten door een afnemende walvispopulatie in de traditionele jachtgebieden en concurrentie waren de oorzaken hiervan. Betekende dit dat de penetrante doordringende geur van traan dan nooit meer geroken kon worden in Zeeland? Nou nee, luidt het antwoord.

Opslagtanks

De Vlissingse haven beschikte over tanks speciaal gebouwd voor de opslag van melasse, maar wat te doen als er geen aanvoer is? Simpel, zoeken naar een vervangend product. In 1952 beperkte Frankrijk de import van melasse waardoor er weinig behoefte aan opslagruimte was en de Vlissingse tanks leeg dreigden te blijven. Het alternatief bleek walvistraan te zijn.

Halverwege maart 1952 arriveerde de Noorse tanker Pontos met 3.000 ton. [1] Het Noorse fabrieksschip Sideroy werd 15 april verwacht, ook met 3.000 ton. [2] Aan boord van de Sideroy werden de gevangen walvissen verwerkt voor onder meer traan. Overigens was Nederland in dezelfde periode ook actief in de walvisvaart namelijk met de Willem Barendsz (I en II) tussen 1946 en 1964.

Noorse traan

Op maandagavond 14 april liep de Sideroy binnen na een verblijf van zes maanden in de koude poolwateren met slechts een kort bezoek aan Kaapstad, Zuid-Afrika. Kaapstad was ook voor de Nederlandse walvisvaarders een belangrijke tussenstop. De Noorse bemanningsleden gingen de stad in op zoek naar vertier, eten en wellicht andere zaken. In een interview in de PZC vertelde een bemanningslid vol trots dat zijn schip het beste had gepresteerd van de tien Noorse fabrieksschepen dat seizoen, ondanks dat zij een van de oudste was. Haar meegebrachte lading traan moest natuurlijk ook op kwaliteit worden gecontroleerd. Uit elke tank werd een monster genomen voor laboratorium onderzoek door dr. A. Verwey uit Rotterdam. Ook de op een bepaalde temperatuur gehouden tanks ontkwamen niet aan een inspectie. Op de wal werden voorbereidingen getroffen om de traan te kunnen pompen naar de opslagtanks. Dat alles speelde zich in het donker af om elf uur s’avonds – zij het dat de walinrichting en schip natuurlijk verlicht waren.

 

s’ Ochtends was de Pontos vertrokken na lossing van 3.000 ton en de Sideroy zou naar verwachting 3.200 ton lossen. Het was eigenlijk een geluk bij een ongeluk dat de Vlissingse opslagtanks leeg waren bij gebrek aan melasse. In Noorwegen was bovendien alle beschikbare opslagcapaciteit al gevuld met traan.

Men verwachtte dat de traan de hele zomer van 1952 in de Vlissingse haven opgeslagen zou blijven. Die verwachting kwam aardig uit. ’s Woendags vertrok de Sideroy weer. Op dat moment waren twee grote en twee kleine tanks tot de nok toe vol en een derde, kleine tank was voor 2/3 gevuld met traan. Er was wel een kleine klacht. Bij het schoonmaken van de tanks kwamen gassen vrij – tot verdriet van de arbeiders want het maakte het werken er niet fijner op.

Over welke hoeveelheden er precies en hoe lang werden opgeslagen, zijn niet echt veel details beschikbaar. Het ging in elk geval om tonnen. De PZC van 12 augustus meldde de aankomst van de Noorse tanker Jarama om 6.700 ton op te halen. [3] Zij bleef enkele weken liggen want haar vertrek wordt pas op 5 september in de krant gemeld. Als reden werd onder mee het schoonmaken van de tanks opgegeven. In plaats van de 6.700 ton eerder gemeld, nam zij slechts 300 ton mee. Zij moest eerst naar Hamburg, Duitsland, om daar traan op te halen en zou dan terugkomen naar Vlissingen om de rest op te halen. Op 17 september meerde zij om 3 uur s’ochtends opnieuw af in de Vlissingse haven, nu voor het ophalen van nog eens 6.400 ton. Om een idee te krijgen hoe lang dat overslaan van de opslagtanks naar de tanks aan boord van de Jarama duurde: Men begon op 17 september om 10 uur en de volgende dag was men om 10 uur klaar, oftewel 24 uur. Tegelijkertijd waren de waltanks ook geleegd. Die 24 uur gold volgens de lokale kranten beschreven als een Vlissings record. Het zal waarschijnlijk nooit meer gebroken worden.


Walvisvaarder Olympic Challenger van de Griekse reder Onassis., Vlissingen 6-8-1954. 

 Zeeuws Archief, Fotocollectie Vlissingen, nr 1338

 Walvisvaarder in beeld

Voor zover na te gaan zijn er geen foto’s bewaard gebleven van het bezoek van de bovenstaande schepen aan Vlisssingen. Dat is spijtig, toch zijn er in onze beeldbank foto’s van een walvisfabrieksschip terug te vinden. In 1954 kwam de Olympic Challenger namelijk olie bunkeren bij het S.H.V. bunkerstation in de Buitenhaven. Plaatselijke fotograaf Dert schiet dan een aantal foto’s.

De Olympic Challenger was eigendom van de beroemde schatrijke Griekse reder Aristoteles Sokatres Homer Onassis (1906-1975). Diens walvisvaartavontuur bij Peru, Chili en Zuidpoolgebied duurde slechts enkele jaren (1950-1956). De gevolgen voor de walvisstand in die zes jaar waren groot: zo’n 20.000 walvissen vonden een bloedig einde!

Het bedrijf had geen al te beste naam. De arbeidsomstandigheden aan boord lieten behoorlijk te wensen over. Het schip opereerde vanuit het Duitse Kiel met een Duitse bemanning. Op vrijdag 6 augustus 1954 deed Olympic Challenger als eerste walvisvaarder sinds de Tweede Wereldoorlog Vlissingen aan om olie te bunkeren. Op dat moment werd het opperdek vervangen, dat gebeurde elk seizoen omdat de traan het dek aantastte.

Een paar maanden later legde de Peruaanse regering beslag op haar en pas na het betalen van een forse boete werd zij weer vrijgegeven. April 1956 werd zij, inmiddels Japans eigendom, opnieuw aan de ketting gelegd. Nu op verzoek van Noorse walvisvaartondernemingen vanwege de financiële schade die zij hadden geleden toen Onassis in 1952 buiten het seizoen op walvissen joeg. In mei kwam het tot een minnelijke schikking tussen beide partijen.

Noten

1. Noorse tanker, gebouwd in 1949 te Hoboken, België, eigendom van Hvalfangerselskap Pelagos A/S, manager Svend Foyn Bruun, thuishaven Tönsberg, Noorwegen.

2. De in de kranten vermelde naam Sideroy zette mij op een dwaalspoor. Het befaamde Engelse Lloyds Register of Shipping vermeldde geen schip van deze naam. Pas na intensief onderzoek bood een Noorse publicatie soelaas. De juiste naam was Suderöy! Zo blijkt eens te meer dat gegevens moeten worden gecheckt aan de hand van meerdere bronnen. Nu was het veel gemakkelijker meer over haar te weten te komen. Zij werd in 1913 gebouwd bij de beroemde Engelse scheepswerf Armstrong Whitworth & co., Newcastle, was eigendom van Hvalfangst A/S, manager Knut Knutsen O.A.S., thuishaven Haugesund, Noorwegen. Enige technische gegevens: 5.857 bruto en 3.343 net register tonnage, 11.000 ton deadweight en als afmetingen 445.5 x 57.5 x 33.1 voet, zeg maar een slordige 135 x 17,4 x 10 meter. De opmerking in de krant dat zij relatief oud was klopt als wij kijken naar het bouwjaar, in 1952 was zij namelijk bijna 40 jaar oud. Uiteindelijk arriveert zij in 1964 in Bremerhaven, Duitsland waar haar de slopershamer wacht.

3. Franse tanker, gebouwd in 1920 te Glasgow, Schotland, eigendom van Sopecoba SA, manager Svend Foyn Bruun, thuishaven Port Gentil, Frankrijk.

Bronnen

www.delpher.nl

Krantenbank Zeeland

Warsailors.com Suderøy Factory & Whale Catchers – Norwegian Merchant Fleet 1939-1945 (warsailors.com)

Warshipsresearch.blogspot.com: Panamanian whale floating factory Olympic Challenger 1943-1975

Lloyds Register of Shipping diverse jaargangen

Zeeuws Archief, Archief N.V. Haven van Vlissingen 1914-1983 toegang 7341 inventarisnummer 4.

J.N. Tǿnnesen and A.O. The History of Modern Whaling, 1982.

Dutch floating music venue (ex-Pauline 1917-1918, Mijnenveger No. 4 1918-1940, Thor after 1993-2010) Cultuurschip Thor 2010-



Zwolle, Netherlands 4 September 2026

Laid down as tug for the Russian Empire by J.&A. van der Schaft, Papendrecht, Netherlands in December 1915, launched in August 1916, cancelled due to Russian Revolution, completed, sold to Wijsmuller in May 1917 and renamed Pauline. Bought by the Royal Dutch Navy in 1918, commissioned as Mijnenveger 4 (later called M 4) scuttled by own crew as block ship in het Zuiderkanaal, IJMuiden, Netherlands on 14 May 1940, salvaged on 22 July 1940 and repaired as rescue-salvage vessel, as ZRD 57 used by the Nederlandse Reddingsdienst since 1941, transferred to the Bergungsschoffe Verband and renamed BS9, after the Second War returned to the navy, commissioned as tug RS 23, renamed A847 training ship for sailors at Vlissingen, decommissioned in 1950, heating vessel Y8262, tank cleaning vessel since 1965, sold in 1993 and became private property, converted into a restaurant in 1994 and after 2010 into the Cultuurschip Thor. 

British cargo ship mv Hylton torpedoed and sunk by an enemy submarine according to the War Cabinet Weekly Résumé No. 83 of the Naval, Military and Air Situation 27 March-3 April 1941

An item reported that on 29 March was torpedoed and sunk by an enemy submarine the British merchant ship mv Hylton, tonnage 5,917 tons , loaded with wheat and lumber , underway from Vancouver, Canada to the Tyne, part of convoy yes, on the position 570 miles north west of Bloody Foreland. Crew landed at Londonderry, Northern Ireland.

Source

National Archive UK. CAB-66-16-1. 

British tanker Chama torpedoed and sunk by enemy submarine torpedoed and sunk according to the War Cabinet Weekly Résumé No. 83 of the Naval, Military and Air Situation 27 March-3 April 1941

An item reported that on 23 March was torpedoed and sunk by an enemy submarine the British m/v tanker Chama, tonnage 8,077 tons, in ballast, underway from Ardrossan, Scotland to New York, USA, part of convoy no, on the position 520 miles west of Scillies. Fate crew unknown.

Source

National Archive UK. CAB-66-16-1. 

French destroyer (ex-Argentine Mendoza 1911-1914) Aventurier 1914-1940

Design Argentine 32 knots ocean going Mendoza-class destroyer©Warshipsresearch.blogspot.com

Argentina ordered 12 destroyers in 1910, 2 at Krupp and 2 at Schichau, Germany, 4 in England and 4 in France. The British built destroyers were in 1912 sold to Greece (Aetos-class) and the French built destroyers were taken over the French navy (Aventurier-class) when the First World War broke out. In the French navy preceded by Enseigne Roux-class and succeeded by Arabe-class. Had to be commissioned as the Argentine Mendoza-class. Launched by Dyle et Bacalan, Bordeaux, France on 18 February 1911, completed on 29 September 1914, stricken in 1938 and broken up in 1940.

The boats were to be built by Ateliers&Chantiers de Bretagne, France with the following characteristics. Dimensions 86.28 (between perpendiculars)-88.28 (over all) x 8,63 (waterline) x 6.60 (depth centre)-5.20 (deph sides) x 2.28 (normal draught forward)-3.08 (normal draught aft)-2.68 (normal draught mean) metres, normal displacement 950 tons. Speed on trials 32 knots. Full load displacement 1,178 tons. Full load draught 3,09 (fore)-3,110 (aft) -3,100 (mean) metres. Turbine rateau propulsion, 650 rpm, 5 White Forster boilers. Estimated horsepower 18,000 hp. Range 15 knots/3,000 miles. Total coal bunker capacity 335,3 cubic metres, oil fuel bunker capacity 92 cubic metres. Crew numbers 110 men. Four 21” Whitehead torpedo tubes and 150 kilo explosives with a speed of 41 knots at a range of 2,000 metres and 29 knots at 5,000 metres. Placed two fore end of ship and two little aft the middle part of the ship. Carried 8 torpedoes. Length forecastle 18 metres at 2.20 above the main deck. Armament 4-4” cal 50 Bethlehem guns, all on the centre line of the ship. Magazines have a capacity of 250 rounds of ammunition. Provided with wireless telegraphy for 200 kilometres range.

Source

Hiraga-archive. Description General data of Argentine destroyers.

Scottish whaler Juno in 1821

Type ship. Master D. Robertson. Tonnage 353 tons. Built at Scarborough? in 1800. Owner Kincaid M.Kinzie. Port where registered Leith.

Source

List of the shipping registered in the different ports of Scotland. Glasgow, 1821. 

Scottish whaler Jean in 1821

Type Brig. Master R. Bruce? Tonnage 235 tons. Built at Peterhead in 1817. Owner R. Skelton&Co. Port where registered Aberdeen.

Source

List of the shipping registered in the different ports of Scotland. Glasgow, 1821. 

Japanese destroyer Teruzuki (Ship No. 105) 1940-1943

Akizuki subclass©Warshipsresearch.blogspot.com

Russian Vol'ny former Japanese Matsu-class Shii©Warshipsresearch.blogspot.com

Part of Akizuki-class or B-class destroyer consisting of Akizuki (Project 51), Fuyutsuki (Project 51) and Michitsuki (Project 53) subclasses preceded by Yugumo-class succeeded by Matsu-class. Part of Akuziki-subclass. Built under the Maru 4 Programme. Laid down by Mitsubishi, Nagasaki, Japan on 13 November 1940, launched on 21 November 1941, completed on 31 August 1942, heavily damaged in a fight with the American patrol torpedo boats USS PT-37 and PT-40 off Savo Island, Solomon Islands on 11 December 1942, scuttled netx day and stricken on 20 January 1943.

Portuguese minehunter lost after striking a German mine according to the Kriegsnachrichten of the Chef des Admiralstabes der Marine dated Berlin 6 August 1917

An item referred to a Portuguese newspaper reporting on 27 July that a Portuguese minehunter was lost after hitting a German mine.

Source

Bundesarchiv RM-40-622

British steamship sunk off Ajaccio, France according to the Kriegsnachrichten of the Chef des Admiralstabes der Marine dated Berlin 7 August 1917

An item referred to newspaper tidings dated 5 August reporting that a larger full loaded British steamship was sunk off Ajaccio, Corsica, France.

Source

Bundesarchiv RM-40-622

Ships arrived at Gibraltar on 2 August coming from the east according to the Kriegsnachrichten of the Chef des Admiralstabes der Marine dated Berlin 6 August 191

An item reported the arrival at Gibraltar on 2 August of 1 armed British steamship coming from the east

Source

Bundesarchiv RM-40-622

Danish naval diving vessel HDMS Søløven Y 311 1995-

Denmark, 7 September 2029

Facebookpage Under Broen

Denmark-flagged, MMSI 219000217 and call sign OVDN. Modified Flyvefisken-class patrol vessel. Launched by Aalborg Vaerft A/S, Aalborg, Denmark on 6 June 1995, commissioned on 28 May 1996 as patrol vessel P563, converted into a diving vessel between 2010-2011

British merchant ship Rewa chartered for the Anglo-Egyptian War of 1882

Between July-September 1882 was the United Kingdom in war with Egyptian and Sudanese troops ending in the British occupation of Egypt. The British government chartered between July-August a lot of merchant steamships for transporting troops, stores etc. from the United Kingdom to Egypt including the Rewa.

Source

The Nautical Magazine. Fifty-first year. Volume VII. July 1882. 

British transport Euphrates chartered at Bombay, British India for the British expedition to Ethiopia in 1868

The expedition carried out by the British Empire against the Ethiopian Empire or Abyssinia found place between 4 December 1867-13 May 1868. Purpose was to rescue imprisoned missionaries and government representatives and to punish the Ethiopian Empire. For that purpose was a large military force sent transported with a large number of merchant ships chartered in England and at Bombay.

Number transport B.1. Register tonnage 487 tons. Tonnage engine room 163 42/100 tons. Gross tonnage 650 42/100 tons. Horsepower 120 hp. Screw. Alled speed 9.5 knots Coal. Number of day’s coal that can be stowed in bunkers 14. Alleged consumption per diem tons: 18. Built of iron. Rates per ton per month if discharged at home 2:16:0. Number of months for which engaged 6. Day of entrance into pay 1-9-1867. Extra payment, if any, made on discharge none. Accommodation for officers:10. Accommodation non-commissioned officers and men 234 natives. Remarks 13-5-1868 in Annesley Bay, arrived on 3 March from Suez, Egypt with mails, having also on board 1 officer, 4 horses and 750 tons of water pipes, barley etc. Discharged at Bombay on 22 August 1868.

Master W. Deacon. Tonnage 650 tons. Dimensions 200.0 x 28.0 x 16.2 feet. Built at Glasgow, Scotland in July 1863, owners British India, S.N.C. Lim. and homeport Glasgow.

Sources

Trevenen, major J. and captain Henry M. Hozier. Record of the Expedition to Abyssinia compiled by order of the secretary of state for war, vol. I, 1870.

Lloyd’s Register 1868. 

Dutch tug (ex-Maersk Trader 2008-2024, Skandi Trader 2024-2025) Sea Evertsen 2025-

Schelde off Vlissingen, Netherlands 7 September 2026

Netherlands-flagged, IMO 9388596, MMSI 246503000 and call sign PEES. Built by Vard Tulcea, Tulcea, Romania in 2008. As Maersk Trader Denmark-flagged, homeport Ebeltoft, MMSI 220584000, call sign OXRO2, owner/manager Maersk Supply Services, Copenhagen, Denmark. 

American sailing sealing ship Tampico in 1838-1839

Antarctic sealing ground Crozet Islands. Rigging brig. Captain Bailey, tonnage 99 tons, sailed from Mystic, Connecticut in June 1838 and arrived at home on 8 April 1839 with 100 barrels sea-elephant oil.

Source

Goode, George Brown. The fisheries and fishery industries of the United States. Section V. History and methods of the fisheries. Volume II, Washington, 1887. 

American sailing sealing ship Governor Endicott in 1838-1840

Antarctic sealing ground south seas. Rigging ship. Captain Holmes, tonnage 298 tons, sailed from Mystic, Connecticut on 11 July 1838 for the South Seas and arrived at home on 5 September 1839 with 1,300 barrels of sea-elephant oil. Tender was schooner Plutarch of 81 tons, captain Stevens. Departed on 1 December 1839, captain McKinstry and wrecked on New Holland on 8 JUly 1840.

Source

Goode, George Brown. The fisheries and fishery industries of the United States. Section V. History and methods of the fisheries. Volume II, Washington, 1887. 

Wednesday, 9 September 2026

Design for a circular warship No. 3 by John Elder in 1868

©Warshipsresearch.blogspot.com

In the magazine The Artizan dated 1 July 1868 was a plate with figures and a small note published dealing with several designs for a ‘circular warship’ proposed by John Elder. He believed that such a ship with a widened beam could have a thicker and heavier armour and heavy guns compared with a ship of the common design and at the other hand a shallower draught and with a somewhat increased horsepower a comparable speed. The same year he read his paper Circular Ships of War, with immersed motive power for the United Service Institute in London, England. He executed experiments with his own construction and the common construction principles [the latter of a modern ironclad] including in all sorts of weather. It resulted in a draught around one-half of the draught of a common vessel allowing it to act in waters yet unaccessible. The power of rotation made it possible to act as a floating revolting turret or as a ram [like a gigantic circular saw).Diameter about 200 feet.

John Elder was a Scottish shipbuilder and marine engineer (8 March 1824 Glasgow, Scotland-17 September 1869 London, England). He worked for Randolph, Elder&Co., Glasgow, Scotland which became in 1886 the well known Fairfield Shipbuilding and Engineering Company.

The Russian rear admiral Andrei Alexandrovich Popov designed in 1869 the Charodeika-class monitor-class for the defence of the Dniepr-Bug Estuary and Kerch Strait. Popov used Elder’s ideas but by further widening the beam created a real circular ship and instead of a convex hull his design was flat-bottomed for a minimum draught. The armament was however not heavy enough and after several new designs was a design with a displacement of 6,151 tons, a diameter of 46.0 metres/151 feet and 4-27.9cm/11” guns approved. With too high building costs estimated was the design scaled down ending in the Novgorod laid down in 1871 with a displacement of 2,531 tons, a diameter of 30.8 metres/101 feet and 2-27.9cm/11” rifled muzzle guns.

Ships arrived at Gibraltar on 1 August coming from the west according to the Kriegsnachrichten of the Chef des Admiralstabes der Marine dated Berlin 6 August 1917

An item reported the arrival at Gibraltar on 1 August of 1 French passenger steamship, 1 British steam tanker and 1 armed British passenger steamship Egypt-flagged.

coming from the west

Source

Bundesarchiv RM-40-622

Russian State Aviation Works No. 11 at Odessa, Ukraine in 1929

The American Military Attaché major George E. Arneman at Riga, Latvia referred in his report dated 16 November 1929 No. 7319 to the notes he received from the French Naval Attaché at Riga. He had been three years stationed at Riga and specialized in the Russian Baltic Fleet, being satisfied with his sources considered his notes as reliable. Arneman had no reason to disagree.

An item reported the Russian State Aviation Works No. 11 at Odessa, Ukraine which produced land based air craft and seaplanes. Between 1925-end 1928 were 14 Savoia,4 Gregorovich, 3 Isotta seaplanes and 8 hydro gliders with 120hp Ron engines produced. Responsible for repairing aircraft in the Black Sea (area). Personnel numbered 4 engineers and 500 laborers.

Source

National Archive. Record Group 165: Records of the War Department General and Special Staffs Series: Security Classified Correspondence and Reports. File Unit. Russia: Navy - MID 2503-16 THRU 2503-265. Roll 1443.

Siamese transport Chang (1902) 1939-1962

1950s©Warshipsresearch.blogspot.com

Siamese transport (ex-Lycidas 1902-1904, Chamroen 1904-1907, Buk 1907-?, Vides Kichkar <1927-1939) Chang 1939-1962. Completed by Ritson&Co., Maryport, England with yard number 85 in August 1902 and broken up in 1962. Displacement 850 ton and as dimensions 176 x 27 1/6 x 10 feet. Horsepower 780 hp and speed 9-10 knots. 

Sources

Jane’s Fighting Ships several editions

Les Flottes des combat 1927.

Shipping

Shipping and shipbuilding UK

Forum Marine

Grokipedia

British merchant ship Verona chartered for the Anglo-Egyptian War of 1882

Between July-September 1882 was the United Kingdom in war with Egyptian and Sudanese troops ending in the British occupation of Egypt. The British government chartered between July-August a lot of merchant steamships for transporting troops, stores etc. from the United Kingdom to Egypt including the Verona.

Source

The Nautical Magazine. Fifty-first year. Volume VII. July 1882.

Transport Great Victoria chartered at Bombay, British India for the British expedition to Ethiopia in 1868

The expedition carried out by the British Empire against the Ethiopian Empire or Abyssinia found place between 4 December 1867-13 May 1868. Purpose was to rescue imprisoned missionaries and government representatives and to punish the Ethiopian Empire. For that purpose was a large military force sent transported with a large number of merchant ships chartered in England and at Bombay.

Number transport B.0. Register tonnage 1,807 tons. Tonnage engine room 591 tons. Gross tonnage 2,398 tons. Horsepower 150. Screw. Alleged speed 7 knots . Coal. Number of day’s coal that can be stowed in bunkers 40. Alleged consumption per diem 22 tons. Built of iron. Rates per ton per month ofd30 days discharged at home 1:8:0. Number of months for which engaged 6. Day of entrance into pay 6-9-1867. Extra payment, if any, made on discharge: none. Accommodation officers: 12. Accommodation non-commissioned officers and men 432 Europeans or 529 natives. Remarks: 13-5-1868 in Annesley Bay , arrived 16-4-1868 from Suez, Egypt with mules,etc. and 1,000 tons of stores. Discharged at Bombay on 29 July 1868.

Sources

Trevenen, major J. and captain Henry M. Hozier. Record of the Expedition to Abyssinia compiled by order of the secretary of state for war, vol. I, 1870.

Lloyd’s Register 1868. 

Russian nuclear cruise-missile submarine K-141 Kursk 1992-2000

Project 661Anchaer/NATO: Papa-class©Warshipsresearch.blogspot.com


Project 949A Antey/NATO: Oscar II-class©Warshipsresearch.blogspot.com

Part of Project 949A Antey called by the NATO Oscar II preceded by the Papa- and Charlie-classes and succeeded by the Yasen-class. Totally were 20 submarines of Project 949-949A planned of which six were cancelled (four were even never laid down). A fourth-generation follow-on was planned but never realized. In 2011 was a modernization announced under Project 949AM to be realized by the Rubin Design Bureau cooperating with the Zvedocja and Zvezda shipyards. Designed for attacking NATO carrier battle groups with her 24 P-700 Granit (the SS-N-19 Shipwreck) cruise missiles. During the modernization was replacement of the Granit cruise missiles planned by 72 3M-54 Kalibr or P-800 Oniks anti-ship cruise missiles. Laid down at Sevmash on 22 March 1992, launched on 16 May 1994, commissioned on 30 December 1994, lost on 12 August 2000, part of the Northern Fleet.

Sources

Breyer, S. and N. Polmar. Guide to the Soviet Navy, 2nd edition.

Jordan, J. Soviet submarines 1945 to the present.

Kouznetsov, N. La Marine sovietique en guerre 1941-1945.

Pavlov, A.S. Warships of the USSR and Russia 1945-1995.

Polmar N. and J. Noot. Submarines of the Russian and Soviet Navies 1718-1990.

Schulz-Troge, U. Die sowjetische Kriegsmarine.

Jane’s Fighting Ships several editions.

Warshipsresearch.blogspot.com

Oscar-class dated 11 April 2026 15:53 o’clock

Russian Ships Info dated 12 April 2026 19:46 o’clock. 

Merchant ship Maria chartered by France for the expedition to China in 1860

In 1856 broke the Second Opium War out as a result of western powers trying to force the Chinese Qing dynasty to open the frontiers for foreign trade and to obtain more influence. A treaty signed in 1858 was to end the war and give the western powers more or less what they wanted. A combined British-America-French effort to pass the Taku forts and go on to Pei-ho (nowadays Hai River) failed and France and the United Kingdom decided to sent out a combined expedition with the first French ships leaving France on 5 December 1859. A joint ultimatum of both countries dated 8 March 1860 was refused on 8 April 1860 followed by fighting. To transport their troops and stores France and especially England hired several merchant ships. Not found back in Lloyds Register 1860.

Source

Léopold Pallu de La Barrière. Expédition de Chine en 1860. Paris, Imprimerie Impériale, 1863, p. 15. 

Italian sailing ship S. Antonio P lost in 1917

According to a list of the Italian Department for transport over sea and by rail was she lost on 7 June due to unknown on the location 20 miles north of Pantelleria. Tonnage 27 tons.

Source

Bundesarchiv RM 20/728.