Translate

Tuesday, 27 October 2026

Japanese warships visited the Dutch harbour Vlissingen 1907

The text is written in Dutch, but thanks to tools like Google Translate, it is accessible to an international audience.

We hebben maar één kleine foto van een bezoek door de Japanse marine in Vlissingen in 1907. ‘Niet opzienbarend’ is de eerste gedachte, tenzij je het verhaal achter die foto kent. Hier is namelijk sprake van een diplomatiek offensief.

Bezoek van de Japanse marine aan Vlissingen in 1907

Als we dieper de geschiedenis induiken, dan zien we dat dankzij de Verenigde Oost-Indische Compagnie Nederland en Japan een relatie hebben die zich over eeuwen uitstrekt. Sterker nog, Nederlandse kooplieden waren vanaf 1641 de enige West-Europeanen met een vaste verblijf- en woonplaats in het Japanse rijk, namelijk op het eiland Decima.

Japan sloot zich van de buitenwereld af, tot in 1853 een Amerikaanse oorlogsvloot Japan dwong haar havens open te stellen voor de buitenwereld, en dus niet langer alleen voor Nederland. In een rap tempo begon de modernisering van Japan. Nederland speelde hierbij een niet te onderschatten rol en hielp bijvoorbeeld bij de opbouw van de Japanse marine.

Machtige Japanse marine

Tegelijkertijd begon de invloed van Japan in Zuid-Oost Azië toe te nemen. Dit leidde tot een oorlog met het Chinese keizerrijk waarbij de moderne Chinese vloot verpletterend werd verslagen door de Japanse. Dit was een teken aan de wand voor de toekomst. Tussen 1904 en 1905 waren de Russische en Japanse keizerrijken in oorlog waarbij Rusland vernietigend werd verslagen.

Plots waren de ogen van het Westen gericht op Japan. Niemand had immers verwacht dat een Aziatisch land een gevestigde Europese macht kon verslaan. Ook in Nederland reageerde men ongerust. Tijdens de uitbraak van de Russisch-Japanse oorlog (8 februari 1904 en 5 september 1905) was al duidelijk geworden dat de Nederlandse marine niet opgewassen was tegen Rusland noch Japan, terwijl Nederland op dat moment nog Nederlands-Indië, het huidige Indonesië, met rijke grondstoffen bezat. [1]

Diplomatiek offensief

Japan besloot na 1905 tot een ‘vriendschapsoffensief’ en zond hiertoe een paar oorlogsschepen die onder meer de Verenigde Staten en Engeland, maar ook Nederland en met name Vlissingen bezochten. (In 2008 gebeurde dat opnieuw toen drie Japanse oorlogsschepen Amsterdam bezochten in het kader van 400 jaar handelsbetrekkingen.) Opvallend is dat alle met name genoemde officieren hun loopbaan afsloten in de rang van (vice) admiraal.

Bezoek Japanse marine in de kranten

In de lokale kranten werd aandacht besteed aan het bezoek in 1907. Opvallend is de spraakverwarring over de diverse tijdstippen c.q. data. De Vlissingse Courant van 4 juli meldde dat op vermoedelijk de 7e juli de twee Japanse oorlogsschepen Tsukuba [2] en Chitose [3] Vlissingen zouden aandoen voor een bezoek van enkele dagen. [4]

De editie van dinsdag 9 juli meldt een aankomst op maandagmorgen van de schepen komende van Oostende, België. ‘s Avonds vertrokken enkele Japanse vlag- en hoofdofficieren met de trein van 18.55 naar paleis Het Loo voor een ontvangst door Hr. Ms. Koningin Wilhelmina.

 Zeeuws Archief, Fotocollectie Vlissingen, nr 32787

Winkelende Japanse matrozen

Ondertussen wemelde het in de stad Vlissingen van Japanse matrozen die bijna alle winkels bezochten. Het kopen bleef echter bij de verwachtingen achterwege omdat slechts een enkeling onder hen wat gebroken Engels sprak, en omdat de tegenwaarde van de Japanse munt onbekend was. Volgens de krant was de waarde van de yen (onderverdeeld in 100 sen) ongeveer gelijk aan twee Nederlandse guldens. Bij een onderzoek bleek dat de plaatselijke kassiers ƒ 1,20 gaven voor een gouden yen en voor een zilveren yen ƒ 1,-.

Van Paleis Het Loo …

Een dag later (editie woensdag 10e) luidde het dat de Japanse vlootvoogd en zijn officieren waren uitgenodigd om op de 9e het diner op pales Het Loo te gebruiken. Hierbij waren verder aanwezig de Japanse gezant Aimaro Sato [5], schout-bij-nacht Havao Shimamura [6], president van de marineacademie te Etajima, de Nederlandse minister van marine Cohen Stuart [7], schout-bij-nacht Römer [8], directeur en commandant van de marine te Hellevoetsluis en luitenant ter zee 1se klas K.F. Sluys [9], tijdelijk toegewezen aan de Japanse delegatie.

Op de 9e arriveerde men om 17.00 uur op het station Apeldoorn, waar men opgehaald werd met koetsen voor het diner met de koningin en haar prins-gemaal. Huzaren uit Deventer verzorgden de bijpassende muziek. Met de trein van 20.14 uur keerde men terug. Landelijke bladen als het Algemeen Handelsblad maar ook de De Nieuwe Tilburgsche Courant vermelden dat de koningin op maandag werd bezocht. Om 16.56 kwam het gezelschap op het station daar aan, om weer te vertrekken om 18.12.

… naar Vlissingen

Op de 10e werd een lunch aangeboden door de Japanse gezant waarvoor ook de ministers van buitenlandse zaken en de marine waren uitgenodigd. De Japanse vlootvoogd wilde op woensdag de 9e (10e dus) de Rotterdamse Waterweg en de haven bezoeken.

In de editie van donderdag 11 juli staat een uitgebreid stuk over het bezoek afgelegd door de Japanse, “koolzwarte” schepen Het stuk werd geschreven door een journalist (N.v.N.) die per trein was afgereisd naar Vlissingen en op zondagmorgen (de 7e!) net op tijd arriveerde om de Japanners te zien aankomen.

De opmerking die hij maakte over de Japanse vlag was niet gepast. Volgens hem “door een Zeeuwsch boerinnetje als een roode spin op een witten doek gekwalificeerd”. Het waren de modernste schepen die Japan bezat en die bovendien bemand werden door meer dan 1.200 ervaren zeelieden met oorlogservaring uit ‘den jongsten oorlog’ (die met Rusland).

Hun eerste bezoek was aan Hampton Roads in de  Verenigde Staten, waar zij deelnamen aan de vlootrevue tijdens de viering van het 350-jarig bestaan van de kolonie Jamestown. Vandaar voer men door naar Engeland en vervolgens naar Kiel in Duitsland voor de Kielerwoche, waar de Duitse keizer het vlaggenschip Tsukuba bezocht, en daarna naar Oostende in België en verder naar Vlissingen.

Vlaggenschip de Tsukuba

Maar dan maakt de journalist een intrigerende opmerking. Vlissingen, gelegen aan de Schelde, was ondanks haar strategische ligging en de aanwezigheid van een grote scheepswerf (Kon. Mij. De Schelde) niet beschermd door landbatterijen en er was geen enkel Nederlandse oorlogsschip aanwezig. Dit laatste is bevreemdend omdat tijdens de oorlog tussen Rusland en Japan juist weer een zwaarder oorlogsschip (de rammonitor Hr. Ms. Reinier Claeszen) in Vlissingen was gestationeerd en niet volstaan werd met alleen een oude stoomkanonneerboot. Nu was blijkbaar zelfs het wachtschip afwezig. [10]

Het Japanse vlaggenschip Tsukuba. Tekening: Ron van Maanen.

 Hoe het ook zij, beide Japanse schepen ankerden circa-23 mijl uit de kust en de Nederlandse schout-bij-nacht Römer [11] met zijn adjudant C. Fock voeren per stoomsloep naar het vlaggenschip Tsukuba voor een verwelkoming namens de Nederlandse minister van marine.

Commandant van de Tsukuba was kapitein ter zee Takenouchi Heitaro [12]. De Chitose, die volgens de journalist vergelijkbaar was met een van onze eigen pantserschepen, werd gecommandeerd door kapitein ter zee Tanin Yamya [13]. Dit laatste schip had actief aan de oorlog tegen Rusland deelgenomen en had onder meer het Russische oorlogsschip Novik zwaar beschadigd.

Eigenlijk is de toon van het gehele artikel behoorlijk chauvinistisch en verre van neutraal. Dat valt ook op wanneer de Japanse matrozen worden beschreven. Hun kleding was vergelijkbaar met die van de Nederlandse matrozen, afgezien van de mutslinten versierd met ankers. De verslaggever merkte op: “Al lijken ze ook kleiner en zwakker dan onze Zeeuwen, toch ziet men duidelijk, dat deze kleine, gele mannetjes kracht en taaiheid bezitten”.

Geen woord over dat deze Japanse matrozen een paar jaar eerder het onmogelijk geachte hadden gerealiseerd, namelijk een van de Europese grote mogendheden verslaan. Wel viel het hem op dat Japanse en Nederlandse matrozen al direct met elkaar contact zochten in een voor hem onbegrijpelijke mengelmoes van Engels, Japans en Nederlands. Dit staat bekend als een pidgintaal, bijvoorbeeld pidgin Engels.

Het komen en gaan van stoomsloepen van de Japanse schepen naar de wal en terug werd door een steeds groter worden publiek gadeslagen. Langs de gehele boulevard flaneerden belangstellenden die zich ook verzamelden bij het standbeeld van de De Ruyter. Vanuit Antwerpen kwamen zelfs drie boten afgevaren met aan boord belangstellenden.

Die middag verliet om 16.15 de Japanse vice admiraal Ijuin [14] zijn schip vergezeld door chef staf kapitein luitenant Isam(u) Takeshita [15], aide-de-camp Yamamoto [16] en kapitein Takenouchi Heitaro. Zij werden begeleid door de Nederlandse luitenant ter zee 1e klasse K.F. Sluys die hun toegewezen was.

De bedoeling was Römer een tegenbezoek te brengen, die zich op dat moment in hotel Zeeland bevond. Ijuin was tijdens de oorlog met Rusland souschef van de marinestaf en was deels opgeleid in Engeland waardoor hij vloeiend Engels sprak. Blijkbaar was Vlissingen geen onbekend terrein voor hem want in het artikel staat dat hij vijf jaar eerder ook al Vlissingen met twee oorlogsschepen had aangedaan.

Na het bezoek aan de Nederlandse schout-bij-nacht reisde de Admiraal door naar Den Haag vergezeld door de Japanse afgezant Sato. Dat bezoek aan Den Haag wordt ook vermeld in de editie van de 10e, alleen het blijft onduidelijk of dat nu plaatsvond op de 8e of op de 9e.

De editie van zaterdag de 13e meldde dat de Tskuba in de morgen van de 12e vertrok naar Portsmouth, gevolgd door de Chitose in de avond, Het vertrek van de laatste was vertraagd doordat men een verloren anker moest opvissen.

Noten

1. Ondanks dat de politici zowel in Nederland als in Nederlands-Indië beseften dat de Koninklijke Marine niet over de middelen beschikte een invasie te verhinderen, werden niet de financiën beschikbaar aangesteld voor de aanbouw van grote, zwaar bewapende schepen. Toen het benodigde budget wel beschikbaar kwam, verhinderde het uitbreken van de Eerste respectievelijk Tweede Wereldoorlog de daadwerkelijke aanbouw van slagschepen en of- kruisers. Zie ook http://warshipsresearch.blogspot.nl en voor de aanbouw van Nederlandse slagschepen het artikel The Battle for Battleships in: 150 jaar Maritiem Meesterschap, Vlissingen, 2025.

2. Gepantserde kruiser, later aangeduid als slagkruiser. Gebouwd op de Kure marinewerf in Japan tussen 1905-1907, op 14 januari 1917 in de lucht gevlogen met het verlies van 305 mensenlevens. Zij had een waterverplaatsing van 16.500 ton en de afmetingen van 137,11 x 22,80 x 7,95 meters. De bewapening bestond uit 4-30,5cm kanons, 12-15,2cm kanons, 12-12cm kanons, 4-3pd snelvuurkanons en 3-45cm torpedobuizen. Haar bemanning telde 879 koppen. Ter vergelijking, het nieuwste Nederlandse pantserschip was de Hertog Hendrik gebouwd in 1901-1904 met een waterverplaatsing van 5.002 ton en als afmetingen 96,62 x 15,18 meters, een bemanning van 340 koppen en een bewapening van 2-24cm, 4-15cm kanons, 8-7,5cm kanons en 3-45cm torpedobuizen. Een schril contrast. Overigens lag de Hertog Hendrik ten tijde van de Russisch-Japanse oorlog in Nederlands Oost-Indië ter bescherming van onze neutraliteit. De in Vlissingen gebouwde Noord-Brabant lag daar toen ook!

3. Ook de Chitose was een gepantserde kruiser, zij het van geringere afmetingen. Zij werd gebouwd bij Union Iron Works, San Francisco tussen 1897-1898 en werd uiteindelijk door de Japanse marine afgezonken in 1931. Met een waterverplaatsing van 4.760 ton en de afmetingen van 115,3 x 15,1 x 5,41 meter was zij zoals een journalist opmerkte meer vergelijkbaar met het beste wat de Koninklijke Marine kon bieden. Haar bemanning telde 405 koppen. De bewapening bestond uit 2-20,3cm kanons, 10-12cm kanons, 12-12pd kanons, 5-4,7cm kanons en 3-360cm torpedo buizen.

4. Dezelfde maand veroorzaakten het bezoek van drie Japanse pantserschepen aan Batavia [Djakarta] grote opwinding onder de bevolking aldaar. De drie schepen kwamen daar kolen laden.

5. Sato Aimaro (3 april 1857-1 September 1939) Gezant bij het Nederlandse hof sinds 1906/1907 en in 1914 benoemd als ambassadeur te Wenen en later in Bern.

6. Baron Shimamura Hayao (21 September 1858-8 januari 1923), in actieve dienst tussen 1874 en 1921, die zijn loopbaan afsloot in de rang van marshal admiral. Hij was inderdaad onder meer commandant van de Japanse marine academie.

7. William James Cohen Stuart (4 maart 1857-2 juni 1935), minister van marine tussen 17 augustus 1905-5 augustus 1907 en ook marineofficier met als eindrang kapitein ter zee als commandant van het pantserdekschip Hr. Ms. Friesland.

8. Willem Römer (20 januari 1851-14 oktober 1927), eindigde zijn loopbaan in de rang van vice-admiraal. Vlissingen was destijds dus duidelijk van ondergeschikt belang binnen het Nederlandse defensiebeleid.

9. Karel Frederik Sluijs (13 oktober 1871 Kanazawa, Japan-9 maart 1939 Den Haag), in actieve dienst tussen 1890 en 1927, die als chef van de marinestaf zijn loopbaan afsloot in de rang van vice admiraal.

10. De Hr. Ms. Bulgia vanaf 22 oktober 1894 gestationeerd te Vlissingen vertrok lag de maand daarvoor te Amsterdam om deel te nemen aan oefeningen op de Zuiderzee (nu IJsselmeer) tussen 3-4 juni. Na afloop hiervan zou zij buiten dienst worden gesteld en zou haar bemanning overgaan op de Hr. Ms. Bever die vanaf 20 juni te Vlissingen gestationeerd zou worden. Blijkbaar was de Bever afwezig want op 20 juli meldde de krant dat zij terugkeerde van Hellevoetsluis.

11. Cornelis Fock (30 augustus 1871), in actieve dienst tussen 1889 en 1927, die zijn loopbaan afsloot in de rang van vice-admiraal.

12. Takenouchi Heitaro (6 februari 1863-21 december 1933), haar eerste commandant, in actieve dienst tussen 1877 en 1910, die zijn loopbaan afsloot in de rang van admiraal.

13. Tanin Yamya (18 april 1866-10 september 1940), in actieve dienst tussen 1886 en 1922, die zijn loopbaan afsloot in de rang van admiraal. Naast actief officier met oorlogservaring ook een marinetheoreticus.

14. Baron Ijuin Goro (29 september 1852-13 januari 1921), in actieve dienst tussen 1871 en 1917, die zijn loopbaan afsloot in de rang van marshal admiral. In een andere editie wordt geschreven dat voor zover bekend niet eerder Japanse oorlogsschepen Vlissingen bezochten. In 1902 hebben Japanse marineofficieren wel België bezocht.

15. Isamu Takeshita (4 december 1869-1 juli 1949), in actieve dienst tussen 1889 en 1929, die zijn loopbaan afsloot in de rang van marshal admiral.

16. Het is verleidelijk om deze Yamamoto te identificeren met Isoroku Yamamoto, geboren als Isoroku Takano (4 april 1884-18 april 1943). Alleen hij accepteerde de adoptienaam Yamamoto pas officieel in 1916. In actieve dienst tussen 1901 en 1943, die zijn loopbaan afsloot in de rang van marshal admiral en opperbevelhebber van de Japanse zeestrijdkrachten tijdens de Tweede Wereldoorlog en verantwoordelijk voor de aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941.

Japanese minelayer Kamishima 1945-1947, Russian minelayer Kamishima 1947- and hydrographic vessel Katun -1955 and Chinese Minelayer No. 50 1955-1980s

©Warshipsresearch.blogspot.com

Building ordered under fiscal year 1945, laid down by Sasebo Naval Arsenal on 20 February 1945, launched on 12 June 1945, commissioned on 30 July 1945, stricken on 15 September 1945, used as repatriation vessel vessel between September 1945-June 1947, ceded to the Soviet Union on 3 October 1947, later converted into the hydrographic vessel Katun, boiler ship since 1954, given to China in 1955, commissioned as Minelayer No. 50 and sold to be broken up in the early 1980s.

Sources

Breyer, S. and N. Polmar. Guide to the Soviet Navy, 2nd edition.

Fukui, S. Japanese naval vesse;s at the end of World War II.

Jentschura, H., D. Jung and P. Mickel. Warships of the Imperial Japanese Navy 1869-1945.

Huan, Cl. La Flotte rouge.

Budzbon, P., J. Radziemski, and M. Twardowski. Warships of the Soviet Fleets 1939-1945, volume I.

Kouznetsov, N. La Marine sovietique en guerre 1941-1945.

Meister, J. Soviet Warships of the Second World War.

Pavlov, A.S. Warships of the USSR and Russia 1945-1995.

Rohwer, J. and M.S. Monakov. Stalin’s Ocean-going Fleet. Soviet naval strategy abd shipbuilding programmes 1935-1953.

Schulz-Troge, U. Die sowjetische Kriegsmarine.

Watts, A.J. and B.G. Gordon. The Imperial Japanese Navy.

Far Eastern Sighting Guide (ONI-F-31-FE).

Jane’s Fighting Ships several editions.

Warshipsresearch.blogspot.com

American whaler Napoleon visited Honolulu, Hawaii according to the newspaper The Polynesian dated 5 November 1853

An item reported the arrival at Honolulu, Hawaii on 29 October of the American whaler Napoleon master Holley of Nantucket 500 barrels sperm oil 1,300 barrels whale oil 15,000 lbs bone

American whaling barque Rajah visited Honolulu, Hawaii according to the newspaper The Polynesian dated 5 November 1853

An item reported the arrival at Honolulu, Hawaii on 29 October of the American whaling barque Rajah master Fishe(r) of W.P. 1,000 barrels whale oil 19,000 lbs bone

American whaler Massachusetts visited Honolulu, Hawaii according to the newspaper The Polynesian dated 5 November 1853

An item reported the arrival at Honolulu, Hawaii on 28 October of the American whaler Massachusetts master Bennett of New Bedford 1,200 barrels whale oil 25,000 lbs bone

Japanese auxiliary patrol boat No. 2261 cancelled 1945

©Warshipsresearch.blogspot.com

No. 1-class patrol boat/Type B ordered under the 1943-1944 Programme to be part of the coastal forces. Of the 280 ordered were just 56 laid down and even a less number finally completed when the Second World War ended. To serve as convoy escorts were the boats also fitted out with minesweeping gears. Based on a traditional wood built fishing boat. With a displacement of 238 tons and as dimensions 93.5 (between perpendiculars)-105. 3/4 (over all) x 20.2 x 7.75 feet. Geared diesel propulsion with 400bhp via one shaft and speed 9 knots. Crew numbered 26 men. Armament consisted of 2/4x1-2.5cm guns and 8-12 depth charges. 

American whaling barque Robert Morrison visited Honolulu, Hawaii according to the newspaper The Polynesian dated 5 November 1853

An item reported the arrival at Honolulu, Hawaii on 28 October of the American whaling barque Robert Morrison master Norton of New Bedford 1,100 barrels whale oil 10,000 ls bone

American whaler Warren spoken according to the newspaper The Polynesian dated 29 October 1853

An item reported that the American whaler Warren master Smith of Tisbury was spoken on 20 September off Bhering’s Island with 300 barrels that season bound for to the coast of Chilo [Chile?] to be refitted for a new cruise.

American whaler Catawba reported according to the Sandwich Island Gazette and Journal of Commerce dated Saturday 18 March 1837

An item referred to a letter of captain Gardner of the Mariner, Nantucket, 4,5 months, no oil dated Payta/Paita 2 February reporting he heard from or saw the whaler Catawba, Coleman, 375 barrels.(1)

Note

1. John B. Coleman, voyage towards the Pacific between 14 January 1837-20 September 1839, sperm oil 1,698, other oil 139. Catalogue of Nantucket whalers and their voyages from 1815 to 1870. Nantucket, 1876. Owners C.G.&H. Coffin. 

Singapore owned chemical/oil products tanker (ex-Gion Trader 2015-2024) Shenghui Glory 2024-

Canal Gent, Belgium-Terneuzen, Netherlands 12-9-2026

Liberia-flagged, homeport Monrovia, IMO 9724037, MMSI 636023792 and call sign 5LPL2. Panama-flagged in 2015, Philippines-flagged 2015-2024, Liberia-flagged 2004, Panama-flagged 2024. Owner Triumphal Ocean Shipping Pte Ltd., Singapore and manager Uni-tankers A/S, Middelfart, Denmark. Built by Usuki Shipyard Co. Ltd., Usuki, Japan in 2015. 

American whaler Ohio reported according to the Sandwich Island Gazette and Journal of Commerce dated Saturday 18 March 1837

An item referred to a letter of captain Gardner of the Mariner, Nantucket, 4,5 months, no oil dated Payta/Paita 2 February reporting he heard from or saw the whaler Ohio, Coffin, 2,500 barrels sperm oil, 300 barrels whale oil, bound home. 

American whaler Merrimac bound home according to the Sandwich Island Gazette and Journal of Commerce dated Saturday 18 March 1837

An item referred to a letter of captain Gardner of the Mariner, Nantucket, 4,5 months, no oil dated Payta/Paita 2 February reporting he heard from or saw the whaler Merrimac, Pease, 1,800 barrels sperm, 1,800 barrels whale oil, bound home. 

American whaler Walter Scott reported according to the Sandwich Island Gazette and Journal of Commerce dated Saturday 18 March 1837

An item referred to a letter of captain Gardner of the Mariner, Nantucket, 4,5 months, no oil dated Payta/Paita 2 February reporting he heard from or saw the whaler Walter Scott, Coggeshall, 40 barrels. 

Irish general cargo ship Arklow Willow 2019-

Canal Gent, Belgium-Terneuzen, Netherlands 12-9-2026

Ireland-flagged, homeport Arklow, IMO 9818955, MMSI 250005692 and call sign EIVV3. Owner/manager Arklow Shipping, Arklow, Ireland. Built by Scheepswerf Ferus Smit, Leer, Germany in 2019. 

British whaling barque Elizabeth visited Honolulu, Hawaii according to the Sandwich Island Gazette and Journal of Commerce dated Saturday 7 January 1837

An item reported the departure on 5 January from Honolulu, Hawaii of the British whaling barque Elizabeth, Mouttie.

American whaler Midas visited Honolulu, Hawaii according to the Sandwich Island Gazette and Journal of Commerce dated Saturday 24 September 1836

An item reported the arrival of the American whaler Midas, Spooner, of New Bedford, on 23 September at Honolulu, Hawaii coming from the whaling grounds. 

American whaler Henry Astor spoken according to the Sandwich Island Gazette and Journal of Commerce dated Saturday 17 September 1836

An item reported that the American whaler Henry Astor, Rawson, of Hudson, 600 barrels was spoken six weeks from the Sandwich Islands.

Norwegian chemical/oil products tanker (ex-Liselotte Essberger 1992-1997, Lima Chemist 1997-2008, Liselotte Essberger 2008-2015-2015) Key North 2015-

Canal Gent, Belgium-Terneuzen, Netherlands 12-9-2026

Gibraltar-flagged, IMO 9020417, MMSI 236669000 and call sign ZDPF8. Owner Key Shipping As, manager Sea Tank Chartering As, both at Bergen, Norway. Built by Schiffswerft J.J. Sietas Gmbh&Co Kg, Hamburg, Germany in 1992. Germany flagged 2008-2014 and 2015, Portugal-flagged 2014-2015.

American sealing schooner Ionic arrived at Honolulu, Hawaii according to the Sandwich Island Gazette and Journal of Commerce dated Saturday 20 August 1836

An item reported the arrival of the American sealing schooner Ionic, Clark of Boston, 18 months out, 19 days from Tahiti. 

American whaler Ospray visited Honolulu, Hawaii according to the Sandwich Island Gazette and Journal of Commerce dated Saturday 20 August 1836

An item reported the departure of the American whaler Ospray, master Briggs for the whaling grounds on on 17 August. Her late master Hoyer went from board due to illness. 

American whaler Enterprize spoken according to the Sandwich Island Gazette and Journal of Commerce dated Saturday 30 July 1836

An item reported that the ship Europa captain Winkworth latitude 32 North Longitude 174 East spoke the whaler Enterprize of Nantucket, master Winslow, 17 months out, 600 barrels, recently from New Zealand and Navigator Islands who reported that generally the whalers were rather unsuccessful. Winslow mentioned that the Independence, captain Brayton was lost after hitting an unknown reef, about 300 miles south east direction of Jarvisland-about 900 miles from Tahiti, latitude 3-5 south longitude 155-158 West), crew escaped in the boats without losses as far as known. 

Dutch inland cargo ship (ex-Shenandoah 1992-2002, Johannes 2002-2003, Johanna 2003-2015, De Hoop 2015-2017, Malmö 2017-2023) Rapido 2023-

Canal Gent, Belgium-Terneuzen, Netherlands 12-9-2026

Netherlands-flagged, homeport De Westereen, ENI 02320805, MMSI 244710320 and call sign PF7612. Built by Neue Oderwerft, Eisehnhüttenstadt, Germany in 1992. Tanker in 2019 by Tinnemans BV, Maasbracht, Netherlands converted into a motor beunschip and shortened. 

American whaler J. Loper visited Honolulu, Hawaii according to the newspaper The Polynesian dated 29 October 1853

An item reported the arrival at Honolulu, Hawaii on 27 October of the American whaler J. Loper master Whippey coming from Arctic 9200 barrels whale oil 8,000 lbs bone

American whaler Cavalier visited Honolulu, Hawaii according to the newspaper The Polynesian dated 29 October 1853

An item reported the arrival at Honolulu, Hawaii on 27 October of the American whaler Cavalier master Freeman coming from Arctic 100 barrels sperm oil 1,300 barrels whale oil 5,000 lbs bone

Monday, 26 October 2026

Confusion of names: Greenland whaling = Spitsbergen/Svalbard whaling and Davis Strait whaling= Greenland whaling

Boiling whale oil, probably Amsterdam Eiland, Spitsbergen. 

Mountain left probably Jan Mayen-eiland (Beerenberg).

Rijksmuseum Amsterdam. Cornelis de Man

People in the 17th and 18th centuries held a different geographical view than people today. This means that when we speak of “Greenland whaling”, “the term “Greenland” actually refers to Svalbard, whereas “Davis Strait” refers to whaling off the coast of present-day Greenland. The Davis Strait is a southern arm of the Arctic Ocean that lies north of the Labrador Sea. It lies between mid-western Greenland and Baffin Island in Nunavut, Canada. 

American destroyer USS Beale DD-40 1911-1934

Flusser, Smith-class. ©Warshipsresearch.blogspot.com

Roe, Paulding-class. ©Warshipsresearch.blogspot.com

Part of Paulding-class (DD 22-42) preceded by Smith-class succeeded by Cassin-class. Some times DD 24-28, 30-31, 33 and 36 are considered as the Roe-class and DD 32,35 and 38-42 as Monaghan-class. Silhouettes differs while the DD 24-27, 30-32, 34, 36-37 and 40 possessed 3 instead of 4 funnels, with the middle funnel being larger with two boiler uptakes trunked together. The edition Jane’s Fighting Ships of World War I called the class instead of Paulding-class the Drayton-class which was unofficially also known as the Flivver Type. Laid down by William Cramp&Sons, Philadelphia, USA with yard number 379 on 8 May 1911, launched on 30 April 1912, commissioned on 30 September 1912, decommissioned on 25 October 1919, transferred to the US Coastguard as Beale CG-9 on 28 April 1924, commissioned on 26 October 1934, decommissioned on 1 June 1930, returned to the navy, laid up at the Philadelphia Navy Yard, stricken on 28 June 1934. lost her name needed for new building on 5 July 1934 and sold to be broken up on 22 August 1934. 

Sault Sainte Marie Locks of major importance for American weapon industry according to the U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary dated 20 February 1942

An item reported that according to a J.I.C. comment the American production of arms would be in fact ended if the Sault Sainte Marie or SOO Canal locks (1) would be destroyed. One real scenario was an attack by paratroopers and airborne engineer demolition crews landing on the ice above and below the locks. The solution was a well-coordinated defence consisting of at least ground troops, interceptor pursuit, aircraft warning net and a DERAX Station.

Note

1. These locks located on the St. Marys River connected Lake Superior, the lower Great Lakes and the St. Lawrence Seaway for cargo ships.

Source

Map Room Papers (Roosevelt Administration), 1942 - 1945. MR0423. U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary No. 72 dated 20 February 1942

Enemy submarine hunted off American west coast according to the U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary dated 20 February 1942

An item reported that without success an enemy submarine was attacked 100 miles west of Santa Cruz, California, American west coast.

Source

Map Room Papers (Roosevelt Administration), 1942 - 1945. MR0423. U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary No. 72 dated 20 February 1942

Dutch hydrographic survey vessel Hr.Ms. Buyskes A 905 1972-2004 and Latvian auxiliary/support vessel LSV Varonis A-90 2004-

Part of Buyskes-class consisting of the Blommendal and Buyskens. Laid down by Boele’s Scheepswerven en MachinefabriekB.V., Bolnes, Netherlands on 31 January 1972, launched on 11 July 1972, commissioned on 9 March 1973, decommissioned on 11 December 1903, sold to Latvia and renamed Varonis, IMO 4589638, MMSI 275307000. 

American sailing sealing ship Exile in 1844-1846

Homeport New London, Connecticut. Rigging schooner. Tonnage 70 tons. Antarctic sealing ground Desolation Island. Date of departure 17 July 1844. Date of return 8 January 1846. Number of fur seal skins -. Barrels of sea-elephant oil 200. Also whale oil and bone.

Source

Goode, George Brown. The fisheries and fishery industries of the United States. Section V. History and methods of the fisheries. Volume II, Washington, 1887. 

American sailing sealing ship Enterprise in 1842-1844

Homeport Stonington, Connecticut. Rigging brig. Tonnage 95 tons. Antarctic sealing ground Chilean coast. Date of departure 10 August 1842. Date of return 30 May 1844. Number of fur seal skins 500. Barrels of sea-elephant oil -. Also 1,000 hair-seal skins.

Source

Goode, George Brown. The fisheries and fishery industries of the United States. Section V. History and methods of the fisheries. Volume II, Washington, 1887. 

Dutch destroyer Hr.Ms. Gelderland D811 1951-1973 (1993)

At sea in 1971

Part of Holland-class, preceded by Gerard Callenburg-class, succeeded by Kortenaer anti submarine frigate, ordered on 2 January 1948, laid down by Wilton-Fijneoord, Schiedam, Netherlands on 10 March 1951, launched on 19 September 1953, commissioned on 17 August 1955, decommissioned in 1973, instruction vessel for Technical Training Royal Navy (TOKM) school at Amsterdam, Netherlands, sold to be broken up in 1988 and broken up at Zaandam, Netherlands in 1993. 

American sailing sealing ship Enterprise in 1840-1842

Homeport Stonington, Connecticut. Rigging brig. Tonnage 95 tons. Antarctic sealing ground South Atlantic. Date of departure 3 September 1840. Date of return 5 May 1842. Number of fur seal skins 300. -Barrels of sea-elephant oil -.

Source

Goode, George Brown. The fisheries and fishery industries of the United States. Section V. History and methods of the fisheries. Volume II, Washington, 1887. 

American sailing sealing ship Emmeline 1843-1844

Homeport Mystic, Connecticut. Rigging schooner. Tonnage 76 tons. Antarctic sealing ground South Seas. Date of departure 9 July 1843. Date of return 4 April 1844. Number of fur seal skins 650. Barrels of sea-elephant oil 600.

Source

Goode, George Brown. The fisheries and fishery industries of the United States. Section V. History and methods of the fisheries. Volume II, Washington, 1887. 

Dutch patrol vessel Hr.Ms. Balder P 802 1953-1985

At sea off Dutch coast probably 1970s

Part of Balder-class built under the Mutual Defense Assistance Program (MDAP) and paid for by the USA. Used for patrolling along the Dutch coast and in waterways. Laid down at the Rijkswerf Willemsoord, Den Helder, Netherlands on 12 September 1953, launched on 24 February 1954, commissioned on 6 August 1954, decommissioned on 1 January 1985 and sold to be broken up to Simmeren Schroot B.v., Groningen, Netherlands on 5 June 1985. 

American sailing sealing ship Columbia 1840-1842

Homeport New London, Connecticut, USA. Rigging ship. Tonnage 492 tons. Antarctic sealing ground South Atlantic. Date of departure 9 July 1840. Date of return 6 May 1842. Number of fur seal skins 0. Barrels of sea-elephant oil 4,000 and 100 barrels sperm oil.

Source

Goode, George Brown. The fisheries and fishery industries of the United States. Section V. History and methods of the fisheries. Volume II, Washington, 1887. 

American sailing sealing ship Corinthian 1849-1851

Homeport New London, Connecticut, USA. Rigging ship. Tonnage 505 tons. Antarctic sealing ground Desolation Island. Date of departure 7 September 1849. Date of return 27 April 1851. Number of fur seal skins 0. Barrels of sea-elephant oil 1,000, also whale oil and whale bone.

Source

Goode, George Brown. The fisheries and fishery industries of the United States. Section V. History and methods of the fisheries. Volume II, Washington, 1887. 

Belgian inshore minesweeper Kortrijk M 472


Part of Herstal-class. Laid down by Mercantile Marine Yard, Kruibeke, Belgium in March 1957, commissioned on 13 June 1958, converted into a Ready Duty Ship (RDS) for fishery, oil pollution control and patrol duties, active in the service of the Belgian navy until 1 August 1989 and sold to a Danish towage company on 4 April 1990 and lost due to fire. 

Japanese merchant ship sunk in the Marshall Islands by American submarine according to the U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary dated 20 February 1942

An item reported that an American submarine sunk a Japanese 5,000 tons merchant ship in the Marshall Islands.

Source

Map Room Papers (Roosevelt Administration), 1942 - 1945. MR0423. U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary No. 72 dated 20 February 1942

British press claimed German capital ships joined at sea according to the U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary dated 21 February 1942

U.S. Naval History and Heritage Command, MH 71390
Tirpitz anchored in the Alta Fjord, Norway between 1943-1944

Admiral Hipper-classs©Warshipsresearch.blogspot.com

pocket battleship/heavy cruiser Admiral Scheer. Werft-Reederei-Hafen 15 April 1933

An item reported that the British Admiralty could not confirm what the press claimed over the German pocket battleship [Admiral] Scheer and heavy cruiser [Admiral] Hipper and the battleship Tirpitz joined each other at sea. Reconnaissance on 19 February made clear that the Tirpitz was still lying close off the Norwegian coast without joining other heavy units.

Source

Map Room Papers (Roosevelt Administration), 1942 - 1945. MR0423. U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary No. 73 dated 21 February 1942

British 2nd class cruiser HMS Marathon 1887-1905

HMS Marathon©Warshipsresearch.blogspot.com

Pearl-class©Warshipsresearch.blogspot.com

Smaller version of the Mersey-class. Built under the naval programme of 1887. Part of the Maratho-n or Medea-class preceded by Mersey-class succeeded by Pearl-or Pallas-class. Laid down by Fairfields, Govan, Scotland on 10 August 1887, launched on 23 August 1888, completed in 1889 and sold om 11 August 1905 to Ward, Preston. 

Japan strengthening base facilities at Rabaul, New Guinea according to the U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary dated 21 February 1942

An item reported that the Japanese base facilities at Rabaul were expected to be completed by early March. In the meantime arrived continuously Japanese air and naval reinforcements.

Source

Map Room Papers (Roosevelt Administration), 1942 - 1945. MR0423. U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary No. 73 dated 21 February 1942

Merchant ship Premier chartered by France for the expedition to China in 1860

In 1856 broke the Second Opium War out as a result of western powers trying to force the Chinese Qing dynasty to open the frontiers for foreign trade and to obtain more influence. A treaty signed in 1858 was to end the war and give the western powers more or less what they wanted. A combined British-America-French effort to pass the Taku forts and go on to Pei-ho (nowadays Hai River) failed and France and the United Kingdom decided to sent out a combined expedition with the first French ships leaving France on 5 December 1859. A joint ultimatum of both countries dated 8 March 1860 was refused on 8 April 1860 followed by fighting. To transport their troops and stores France and especially England hired several merchant ships.

Source

Léopold Pallu de La Barrière. Expédition de Chine en 1860. Paris, Imprimerie Impériale, 1863, p. 15. 

Japanese passenger cargo ship Eiko Maru 1937-1944

©Warshipsresearch.blogspot.com

Call sign JSXL. Owner in 1939 Osaka Syosen Kaisha, Osaka, Japan. Launched by Osaka Iron Works Ld., Innoshima, Japan on 5 October 1937, completed on 25 January 1938, requisitioned by the navy on 1 October 1941, converted into some called an auxiliary gunboat others a minesweeper tender/minecraft tender, torpedoed and sunk bu the British submarine HMS Storm (P233) in the Strait of Malacca off Penang, Malaya on 18 June 1944 and stricken on 1 October 1944. Gross tonnage 3,026tons, net tonnage 1,766 tons, deadweight 3,841 tons and as dimensions 303.0 x 45.3 x 24.4 x 9.5 (light)-20 (loaded) feet. Steam turbine propulsion, one screw, coal bunker capacity 329 tons, and speed 11.5 (normal cruising)-14 (maximum) knots. 

German submarine UB 106 under repair at the Kaiserliche Werft, Kiel, Germany in 1918

A list dealing dated 12 July 1918 reported the status of work on the submarines expected on 14 July. Work started on 22 March. Planned completion on unknown. Description of the work repairs.Remarks Postponed indefinitely because the return of electrical instruments for repair was not yet foreseeable.

Source

Bundesarchiv RM 3-11254. 

The armament of the Dutch merchant ship Westland in the Second World War

According to the list and supplements 1-2 on 13 September 1945 BDZ No. 673sent by the office of armament the Royal Netherlands Navy located at 41 East 42nd Street, New York 17, USA. There were no complete records available, so there were several sources used to compile the list. Sometimes the kind of guns gave indirect information regarding the origin such as 4”/BL and 12 pounder guns were British mostly supplied in the United Kingdom, Canada or Curacao. The 4.7” guns were old Japanese guns placed on some vessels in the begin of the war at Singapore and some 4” guns in the same period at Surabaya, Dutch East Indies. The trade in which the ship was used gave also an indication where the guns were supplied, for example involved in the Pacific trade means supplied at the West Coast.

Armed with 4-2cm guns

Armed with 1-7,62cm/3” cal 50 dual purpose gun supplied at New York on 23 March 1944

Armed with 1-10,16cm/4” HL gun.

Source

Archieven van hoofd handelsbescherming en diverse handelsbeschermingsofficieren 1941-1946 inv.no. 53 (Nationaal Archief, The Hague, Netherlands. 

Dutch bitumen tanker (ex-San Lorenzo 2009-2015) Iver Ambition 2015-


Canal Gent, Belgium-Terneuzen, Netherlands 12-9-2026

Madeira/Portugal-flagged, IMO 9439163, MMSI 255984000 and call sign CRYC. Owner HB Tankship XI Bv., manager Iver Ships Bv, both of Breda, Netherlands. Built by Brodogradiliste Kraijevica D/d, Kraijevica, Croatia in 2009. Italy-flagged between 2009-2015.