De Zeven Provinciën©Warshipsresearch.blogspot.com
In de vroege ochtend van 1 augustus 1934 meerde het Nederlandse vracht-passagiersschip Christiaan Huygens in Vlissingen voor een kort bezoek. Er werd een groep mannen van boord gehaald en ze vertrok weer op weg naar haar eindbestemming Amsterdam. Vanwaar die geheimzinigheid?
De muiterij op Hr.Ms. De Zeven Provinciën in 1933
In 1929 stortten de aandelenkoersen op de Wall Street beurs in New York, Verenigde Staten resulterend in de wereldwijde Grote Depressie op economisch gebied tot diep in de jaren dertig. Ook Nederland met haar koloniën ontkwam niet aan de gevolgen, hoge werkeloosheid, hoge prijzen en zelfs salariskortingen. In Nederlands Oost-Indië was in de jaren 1928-1929 veel verzet gepleegd tegen het koloniale bestuur. Dat verzet was mede met geweld beëindigd maar leefde nog wel onder de bevolking. En daar kwam nu de economische crisis bij waardoor de koloniale schatkost binnen enkele jaren leeg was en men met gigantische tekorten worstelde. Het antwoord was bezuinigen, alleen dat beperkte zich zich niet alleen tot ontslagen. De marinelui dienende op de Nederlands Indische Vloot kregen achtereenvolgens salariskortingen van 5&, 8% en 10% voor de kiezen. Vakbonden voor Europees en Inlands personeel zochten elkaar op. Ook aan boord van het artillerietrainingsschip De Zeven Provinciën was het geen koek en ei. En dat zelfs letterlijk, een deel van het eten was 15 jaar oud zijnde onderdeel van de zogenaamde oorlogsvoorraad. (1) Haar officieren beschouwden haar als strafschip voor niet goed functionerende officieren en onder het lagere personeel waren vakbondmensen als korporaal machinist Maurits (Maud) Boshart en inlandse matrozen met nationalistische sympathieën. Was aanvankelijk de 10% korting ingetrokken, op 26 januari 1933 werd medegedeeld dat deze toch deels doorging. Te weten 7% voor de inlandse en 4% voor de Europese marinemensen. Protesten volgden, mannen weigerden dienst en samenkomsten waren uit den boze, Behalve op de De Zeven Provinciën, mits er niet over de kortingen zou worden gesproken. Terwijl de commandant aan land was besloten de inlandse marinemensen het schip over te nemen en naar de belangrijkste vlootbasis Soerabaja te varen om daar eerder gevangen gezette makkers te bevrijden. Vakbondsman Boshart probeerde nog te bemiddelen maar werd later toch als medeplichtige door de zeekrijgsraad veroordeeld. Reactie van de marinestaf was: aanvallen voor dat Straat Soenda werd binnengevaren.

kruiser Hr.Ms. Java©Warshipsresearch.blogspot.com
Een eskader bestaande de kruiser Hr.Ms. Java, de torpedobootjagers Evertsen en Piet Hein en de onderzeeboten KVII en KIX ondersteund door vliegtuigen moesten haar afstoppen.(2) Er zou eerst een waarschuwingsbom worden gegooid gevolgd door een bombardement wanneer men niet capituleerde. Met het eskader in zicht werd op 10 februari een bom afgegooid, alleen bewust op het voorschip dus geen waarschuwing. Het gevolg 23 doden en een groot aantal gewonden.
Schade aangericht door de vliegtuigbom. NIMH 2158-008060
Minister president Colijn ondersteunde het gebruikte geweld, wat hem betreft had het schip zelfs getorpedeerd mogen worden. De betrokkenen werden lange straffen opgelegd, Boshart kreeg 10 jaar cel maar gratie in 1937, de inlandse schepelingen waren minder gelukkig. Sommigen zaten tijdens de Japanese invasie nog steeds in gevangenschap. Commandant P. Eikenboom keerde terug naar Nederland, daar werd hij ontslagen uit ‘s lands dienst. De Europese muiters werden op transport gezet naar het vaderland om hier hun straf uit te zitten en daarmee komt Vlissingen in beeld.
Aankomst in Vlissingen
Hr.Ms. De Zeven Provinciën
Al op 3 maart 1934 berichtte de
Heldersche Courant d.d. 3 maart 1934 de thuiskomst van de torpedobootjagers Hr.Ms. Evertsen en Piet Hein in Den Helder terugkerend uit Nederlands-Oost-Indië. Beide schepen hadden deel uitgemaakt van het eskader dat de muitende De Zeven Provinciën er van moest weerhouden Soerabaja aan te doen. Opvallend is de alinea ‘Het praatje dat door de gemeente ging, dat een aantal gestrafte muiters met de torpedojagers naar hier zouden zijn gebracht, voor het ondergaan van hun straf, is uit de lucht gegrepen.’
torpedobootjager Hr.Ms. Evertsen.
Maritiem Museum Rotterdam. Detail of the Panorama Burgerhout, painted by Adolf Bock
Dat er muiters naar Nederland zouden worden gezonden, schreven De Vlissingse Courant, Alkmaarsche Courant en de Ter Neuzensche Courant op 28 juni respectievelijk 2 juli al. De Christiaan Huygens zou op 4 juli naar Nederland vertrekken met 28 muiters inclusief Boshart. Op woensdagavond zouden zij in Tandjong Priok aan boord komen. Een detachement van rond de 30 mariniers die terugkeerden naar het vaderland zorgden voor de bewaking. Leiding had kapiten Lugt bijgestaan door luitenant-vlieger J.P. Backer en luitenant der zee 2e klasse P.G.J. Snippe. In het vierde klasse verblijf waren cellen ingericht elk voor vier man, alleen Boshart zat alleen. Vergaande maatregelen waren getroffen om om contact met de bemanning van het schip te voorkomen. Eerder kwam het sociaal democratische weekblad De Tribune op 29 juni al met een oproep tot protest “De Amsterdamsche arbeiders zullen de kameraden der Zeven Provinciën met een krachtige protest-demonstratie moeten ontvangen.”

Schade aangericht door de vliegtuigbom. NIMH 2158-008063
‘s Ochtends om 3.20 uur 1 augustus 1934 arriveerde de Christiaan Huygens van de Stoomvaart Maatschappij Nederland in Vlissingen. Zij was onderweg van Batavia, Nederlands-Indië naar Amsterdam. Naast ‘normale’ passagiers had ze nog een groep mensen aan boord, namelijk 27 man betrokken bij de muiterij op De Zeven Provinciën een jaar eerder. In Vlissingen werden zij overgedragen aan de marine voor verder vervoer naar de gevangenis om hun opgelegde straffen uit te zitten aldus onder meer de Vlissingse Courant en De Zeeuw van 1 augustus. Volgens De Telegraaf werden de muiters met een marineboot van boord werden gehaald en naar het Roeiershoofd werden gebracht. De Christiaan Huygens vertrok om 5 uur weer. De Vlissingse Courant meldde op 6 augustus dat 12 muiters van boord waren gegaan, onder sterke bewaking door marechaussee’s en per auto naar de Bredase gevangenis waren gebracht. Het zou hier om de minst zwaar gestraften gaan. De fakkel; links-socialistisch weekblad d.d. 3 augustus schreef dat het grootste deel van de muiters in Vlissingen van boord gingen, twee aan twee geboeid zwaar bewaakt en verder vervoerd in een lange rij gesloten auto’s.

Het Amsterdamse persbureau van Mozes Salomon Vaz Dias verstrekte meer details al valt wel op dat een hoger aantal muiters werd genoemd. Na de korte tussenstop in Vlissingen vertrok de Christiaan Huygens naar IJmuiden waar zij om half elf aankwam. In Nederlands-Indië zouden 30 muiters aan boord zijn genomen waaronder Boshart. Op het schip waren een aantal door militairen bewaakte cellen ingericht waarin de muiters waren opgesloten. Vaz Dias wist verder te melden dat een aantal muiters werden opgesloten in Den Helder en anderen in de Amsterdamse strafgevangenis. De Heldersche Courant maakte op 2 augustus het wel heel bont door de schrijven dat de muiters in Vlissingen met een onderzeeboot van boord waren gehaald. Vanuit de marine werd haar artikel in die zin gecorrigeerd dat een deel van de muiters naar de gevangenis in Leeuwarden ging, een ander deel naar een nog onbekende plaats. De Zeeuw schreef echter dat toen de Christiaan Huygens in Amsterdam aankwam, niemand wist dat de muiters al in Vlissingen van boord waren gegaan, ook vele passagiers niet. Sommigen waren stomverbaasd dat zij dat nu pas te horen kregen. Ook familieleden van de bewakers die van her en der waren gekomen, stonden nu ter vergeefs te wachten op hun vaders, zonen of broers. Waar ze nu waren, was een raadsel. De Telegraaf sprak echter met een bemanningslid van de Christiaan Huygens en geeft een schat van informatie hoe met de muiters tijdens de reis was omgegaan. Een deel van het voorschip was afgezet voor het luchten. Een uur lang werden de mannen twee aan twee aan elkaar geboeid rondgeleid, elk tweetal bewaakt door 4 bewakers waarbij de laatsten geen woord wisselden met de muiters. De bemanning mocht op geen enkele wijze contact leggen. Slechts enkele bemanningsleden wisten dat de muiters in Vlissingen van boord zouden gaan, nadat zij kort daarvoren nog een maaltijd hadden gekregen.

Voorste 28cm kanon De Zeven Provinciën. NIMH 2000-385-14
In Amsterdam hebben enkelen gehoor gegeven aan de oproep door de De Tribune. De politie in Amsterdam gebruikte de wapenstok om een stel luidruchtige ‘communisten’ aan de Sumatrakade waar het hoofdkantoor van de scheepvaartmaatschappij was gevestigd uit een te jagen. Meerdere kranten suggereren dat bij de aankomst in IJmuiden toch nog muiters aan boord waren. Deze zouden met een IJmuider loodskotter naar Harlingen zijn overgebracht waar zij woensdagnacht 1 augustus om 01.00 aankwamen. Onder hen was Boshart. In alle stilte werden zij, in boeien, geslagen op het terrein van de gemeentelijke visafslag bewaakt door een detachement mariniers ontscheept . De politie ter plaatse was wel geïnformeerd en had de visafslag afgezet. Dezelfde nacht reisde men door naar de bijzondere strafgevangenis aan de Keizersgracht in Leeuwarden aldus de Nieuwe Harlinger Courant van 3 augustus. Daar waren namelijk nog 14 eenpersoons cellen s’avonds nog verlicht. Enkele burgers zagen daar het escorte met gevangenen. De strafgevangenis liet desgevraagd niets los. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen d.d. 10 augustus schreef dat de zwaarst gestraften in Vlissingen aan boord van een kanonneerboot gingen en via Den Helder naar Harlingen voeren en vandaar naar Leeuwarden en dat in alle stilte om te voorkomen dat buitenstaanders contact konden leggen.
Boshart zelf schept duidelijkheid in de ontscheping van de muiters. Die was te Vlissingen, waarna de zwaarst gestraften waaronder hij met een loodskotter naar Harlingen werden gebracht en vandaar naar Leeuwarden. De andere gevangenen gingen naar Breda.
Het lot van de Christiaan Huygens
De in tweëen gebroken Christiaan Huygens Zeeuws Archief, Foto Dert, nr. 24649
Tijdens de Tweede Wereldoorlog deed zij dienst als troepentransport. Na te zijn gedokt en motoren gereviseerd in Antwerpen vertrok zij naar Rotterdam om vandaar af te reizen naar Londen, alleen ze kwam nooit zo ver. Varende in ballast liep zij op 26 augustus 1945 10 mijl noordwest van Westkapelle op een geallieerde mijn. Noodgedwongen werd het zwaar beschadigde schip op de Zuid Steenbank aan de grond gezet. Bergingspogingen werden op 31 augustus gestaakt.Vijf dagen later brak het schip ter hoogte van de schoorsteen in tweëen en was definitief verloren.
Noten
1. Boshart: “Het voedsel is slecht. Vijftien jaar oude stokvis wordt uit de blikken gehakt en klachten bij de kapitein halen niets uit. De oudste van de oude capucijners -Juliana-aardappels zeggen de Hollandse matrozen-worden geschaft, voedsel, voor de tropen volledig ongeschikt.”
2. Het eskader was op papier oppermachtig met een 30.5 knopen snelle kruiser bewapend met tien 15 cm kanons voorzien van kanonschilden maar wel met een open achterkant. Een voorstel voor de vervanging door volwaardige geschutstorens haalde het later niet, het geschutspersoneel bleef onbeschermd. Zij was gebouwd bij de Koninklijke Maatschappij De Schelde te Vlissingen tussen 1916-1925. Het pantserschip De Zeven Provinciën was op de Amsterdamse Rijkswerf tussen 1908-1910 gebouwd en met een officiële snelheid van 16 knopen bijna de helft langzamer. Haar hoofdbewapening bestond uit twee zware 28cm kanons en daar was de Java niet tegen opgewassen! Boshart schreef dat het de zwaarste kanons binnen de vloot waren maar hopeloos verouderd. Echter nog ze had geen luchtafweergeschut en dat zou duur betaald worden. En wat betreft de snelheid van de “Zeven”: “Thans sleuren de machines het schip met een slakkengang naar Tandjong[Priok...”, harder kon ze niet. Beide schepen overleefden de Tweede Wereldoorlog niet.
Bronnen
J.C.H. Blom. De muiterij op de Zeven Provinciën. Bussum, 1975.
M. Boshart. Muiterij in de Tropen. De eensgezinde strijd van blank en bruin op de “Zeven Provinciën”. Amsterdam, 1949.
A.F. Gooszen, gepensioneerd vice-admiraal. Eenige beschouwingen over toestanden bij de marine, ook in verband met de gebeurtenissen in Indië en met het raport van de Commissie Idenburg. Lezing Den Haag 29 april 1934.
R.H.C. van Maanen. ‘De strijd om de slagschepen’ in Maritiem Meesterschap 150 jaar Koninklijke Maatschappij De Schelde. Vlissingen, 2025.
J.C. Mollema. Rondom de muiterij op De Zeven Provinciën. Haarlem, 1934.
Krantenbank Zeeland
Delpher
Krantenbank Regionaal Archief Alkmaar
Warshipsresearch.blogspot.com
Maurits Boshart