Translate

Showing posts with label South Africa. Show all posts
Showing posts with label South Africa. Show all posts

Thursday, 10 September 2026

Storage of whale oil in the harbour of Vlissingen, Netherlands in 1952

This blogspot deals with the temporarily storage of whale oil in melasse tanks in the Dutch harbour of Vlissingen in 1952

Bij afwezigheid van melasse werden de opslagtanks in de haven van Vlissingen in 1952 gevuld met traan uit Noorse walvisvaarders. Walvistraan werd met name gebruikt in de margarine-industrie. Het welbekende Unilever-concern was dan ook gedurende lange tijd nauw betrokken bij en in de walvisvaart.

Walvisvaart

In de 17e en 18e eeuw voeren jaarlijks vele tientallen Nederlandse walvisvaarders uit naar Groenland en Straat Davis. Ook Middelburgse, Veerse en Vlissingse ingezetenen pikten een graantje mee. Aan deze tijd herinnert de (pas gerestaureerde) walviskaak opgehangen aan de Campveerse Toren in Veere. Aan het eind van 18e eeuw was de Nederlandse walvisvaart nagenoeg verdwenen. Oorlogen, slechte vangstresultaten door een afnemende walvispopulatie in de traditionele jachtgebieden en concurrentie waren de oorzaken hiervan. Betekende dit dat de penetrante doordringende geur van traan dan nooit meer geroken kon worden in Zeeland? Nou nee, luidt het antwoord.

Opslagtanks

De Vlissingse haven beschikte over tanks speciaal gebouwd voor de opslag van melasse, maar wat te doen als er geen aanvoer is? Simpel, zoeken naar een vervangend product. In 1952 beperkte Frankrijk de import van melasse waardoor er weinig behoefte aan opslagruimte was en de Vlissingse tanks leeg dreigden te blijven. Het alternatief bleek walvistraan te zijn.

Halverwege maart 1952 arriveerde de Noorse tanker Pontos met 3.000 ton. [1] Het Noorse fabrieksschip Sideroy werd 15 april verwacht, ook met 3.000 ton. [2] Aan boord van de Sideroy werden de gevangen walvissen verwerkt voor onder meer traan. Overigens was Nederland in dezelfde periode ook actief in de walvisvaart namelijk met de Willem Barendsz (I en II) tussen 1946 en 1964.

Noorse traan

Op maandagavond 14 april liep de Sideroy binnen na een verblijf van zes maanden in de koude poolwateren met slechts een kort bezoek aan Kaapstad, Zuid-Afrika. Kaapstad was ook voor de Nederlandse walvisvaarders een belangrijke tussenstop. De Noorse bemanningsleden gingen de stad in op zoek naar vertier, eten en wellicht andere zaken. In een interview in de PZC vertelde een bemanningslid vol trots dat zijn schip het beste had gepresteerd van de tien Noorse fabrieksschepen dat seizoen, ondanks dat zij een van de oudste was. Haar meegebrachte lading traan moest natuurlijk ook op kwaliteit worden gecontroleerd. Uit elke tank werd een monster genomen voor laboratorium onderzoek door dr. A. Verwey uit Rotterdam. Ook de op een bepaalde temperatuur gehouden tanks ontkwamen niet aan een inspectie. Op de wal werden voorbereidingen getroffen om de traan te kunnen pompen naar de opslagtanks. Dat alles speelde zich in het donker af om elf uur s’avonds – zij het dat de walinrichting en schip natuurlijk verlicht waren.

 

s’ Ochtends was de Pontos vertrokken na lossing van 3.000 ton en de Sideroy zou naar verwachting 3.200 ton lossen. Het was eigenlijk een geluk bij een ongeluk dat de Vlissingse opslagtanks leeg waren bij gebrek aan melasse. In Noorwegen was bovendien alle beschikbare opslagcapaciteit al gevuld met traan.

Men verwachtte dat de traan de hele zomer van 1952 in de Vlissingse haven opgeslagen zou blijven. Die verwachting kwam aardig uit. ’s Woendags vertrok de Sideroy weer. Op dat moment waren twee grote en twee kleine tanks tot de nok toe vol en een derde, kleine tank was voor 2/3 gevuld met traan. Er was wel een kleine klacht. Bij het schoonmaken van de tanks kwamen gassen vrij – tot verdriet van de arbeiders want het maakte het werken er niet fijner op.

Over welke hoeveelheden er precies en hoe lang werden opgeslagen, zijn niet echt veel details beschikbaar. Het ging in elk geval om tonnen. De PZC van 12 augustus meldde de aankomst van de Noorse tanker Jarama om 6.700 ton op te halen. [3] Zij bleef enkele weken liggen want haar vertrek wordt pas op 5 september in de krant gemeld. Als reden werd onder mee het schoonmaken van de tanks opgegeven. In plaats van de 6.700 ton eerder gemeld, nam zij slechts 300 ton mee. Zij moest eerst naar Hamburg, Duitsland, om daar traan op te halen en zou dan terugkomen naar Vlissingen om de rest op te halen. Op 17 september meerde zij om 3 uur s’ochtends opnieuw af in de Vlissingse haven, nu voor het ophalen van nog eens 6.400 ton. Om een idee te krijgen hoe lang dat overslaan van de opslagtanks naar de tanks aan boord van de Jarama duurde: Men begon op 17 september om 10 uur en de volgende dag was men om 10 uur klaar, oftewel 24 uur. Tegelijkertijd waren de waltanks ook geleegd. Die 24 uur gold volgens de lokale kranten beschreven als een Vlissings record. Het zal waarschijnlijk nooit meer gebroken worden.


Walvisvaarder Olympic Challenger van de Griekse reder Onassis., Vlissingen 6-8-1954. 

 Zeeuws Archief, Fotocollectie Vlissingen, nr 1338

 Walvisvaarder in beeld

Voor zover na te gaan zijn er geen foto’s bewaard gebleven van het bezoek van de bovenstaande schepen aan Vlisssingen. Dat is spijtig, toch zijn er in onze beeldbank foto’s van een walvisfabrieksschip terug te vinden. In 1954 kwam de Olympic Challenger namelijk olie bunkeren bij het S.H.V. bunkerstation in de Buitenhaven. Plaatselijke fotograaf Dert schiet dan een aantal foto’s.

De Olympic Challenger was eigendom van de beroemde schatrijke Griekse reder Aristoteles Sokatres Homer Onassis (1906-1975). Diens walvisvaartavontuur bij Peru, Chili en Zuidpoolgebied duurde slechts enkele jaren (1950-1956). De gevolgen voor de walvisstand in die zes jaar waren groot: zo’n 20.000 walvissen vonden een bloedig einde!

Het bedrijf had geen al te beste naam. De arbeidsomstandigheden aan boord lieten behoorlijk te wensen over. Het schip opereerde vanuit het Duitse Kiel met een Duitse bemanning. Op vrijdag 6 augustus 1954 deed Olympic Challenger als eerste walvisvaarder sinds de Tweede Wereldoorlog Vlissingen aan om olie te bunkeren. Op dat moment werd het opperdek vervangen, dat gebeurde elk seizoen omdat de traan het dek aantastte.

Een paar maanden later legde de Peruaanse regering beslag op haar en pas na het betalen van een forse boete werd zij weer vrijgegeven. April 1956 werd zij, inmiddels Japans eigendom, opnieuw aan de ketting gelegd. Nu op verzoek van Noorse walvisvaartondernemingen vanwege de financiële schade die zij hadden geleden toen Onassis in 1952 buiten het seizoen op walvissen joeg. In mei kwam het tot een minnelijke schikking tussen beide partijen.

Noten

1. Noorse tanker, gebouwd in 1949 te Hoboken, België, eigendom van Hvalfangerselskap Pelagos A/S, manager Svend Foyn Bruun, thuishaven Tönsberg, Noorwegen.

2. De in de kranten vermelde naam Sideroy zette mij op een dwaalspoor. Het befaamde Engelse Lloyds Register of Shipping vermeldde geen schip van deze naam. Pas na intensief onderzoek bood een Noorse publicatie soelaas. De juiste naam was Suderöy! Zo blijkt eens te meer dat gegevens moeten worden gecheckt aan de hand van meerdere bronnen. Nu was het veel gemakkelijker meer over haar te weten te komen. Zij werd in 1913 gebouwd bij de beroemde Engelse scheepswerf Armstrong Whitworth & co., Newcastle, was eigendom van Hvalfangst A/S, manager Knut Knutsen O.A.S., thuishaven Haugesund, Noorwegen. Enige technische gegevens: 5.857 bruto en 3.343 net register tonnage, 11.000 ton deadweight en als afmetingen 445.5 x 57.5 x 33.1 voet, zeg maar een slordige 135 x 17,4 x 10 meter. De opmerking in de krant dat zij relatief oud was klopt als wij kijken naar het bouwjaar, in 1952 was zij namelijk bijna 40 jaar oud. Uiteindelijk arriveert zij in 1964 in Bremerhaven, Duitsland waar haar de slopershamer wacht.

3. Franse tanker, gebouwd in 1920 te Glasgow, Schotland, eigendom van Sopecoba SA, manager Svend Foyn Bruun, thuishaven Port Gentil, Frankrijk.

Bronnen

www.delpher.nl

Krantenbank Zeeland

Warsailors.com Suderøy Factory & Whale Catchers – Norwegian Merchant Fleet 1939-1945 (warsailors.com)

Warshipsresearch.blogspot.com: Panamanian whale floating factory Olympic Challenger 1943-1975

Lloyds Register of Shipping diverse jaargangen

Zeeuws Archief, Archief N.V. Haven van Vlissingen 1914-1983 toegang 7341 inventarisnummer 4.

J.N. Tǿnnesen and A.O. The History of Modern Whaling, 1982.

Sunday, 23 August 2026

German whale factory ship Unitas 1937-1945, British Empire Victory 1946-1947, South African Empire Victory 1946-1950, Abraham Larsen 1950-1957 and Japanese Nisshin Maru II 1957-after 1967

©Warshipsresearch.blogspot.com

Call sign DOTC. Owner in 1939 Jürgens Van den Bergh Margarine Verkauf Union GmbH, Bremen, Germany. Built by Deutsche Schiff-und Maschinebau A.G. Weser, Bremen, Germany as a sister ship of the Terje Viken in 1937, became after the Second World War a war reparation, renamed Empire Victory and operaed by the Ministry of Food in the 1945-1946 season, sold to the Union Whaling Co., Durban, South Africa, renamed Abraham Larsen in 1950, sold to Taiyo Gyogyo KK, Japan renamed Nisshin Maru II in 1957, converted into a fish-processing factory in 1967 active in the North Pacific and Bering Sea. Gross tonnage 21,846 tons, under deck 18,256 tons, net tonnage 11,841 tons and as dimensions 602.5 x 80.2 x 49.1 feet. 

Tuesday, 4 August 2026

South African whale factory ship Tafelberg 1930-1944

©Warshipsresearch.blogspot.com

Call sign ZSDM. Owner in 1939 Kerguelen Sealing&Whaling Co. Ltd., Capetown, South Africa (since 18 September 1930), managers Irvin&Johnson (since 1936). Launched by Armstrong, Whitworth&Co. (Shipbuilders) Ltd., Low Walker Yard, Newcastle, England with yard number 1059 on 29 April 1930, completed in July 1930, converted into a tanker, of the Ministry of War Transport (Chr Salvesen&Co.), Cardiff, renamed Empire Heritage in 1943 and torpedoed and sunk by the German submarine U482 43 miles North West of Londonderry underway from New York, USA towards Liverpool, England on 8 September 1944. The Dutch newspaper Schiedamsche Courant dated 6 May 1935 reported her arrival in the morning the day before at Schiedam, Netherlands with a cargo of 7,000 ton whale oil. South Africa-flagged but crewed by Scandinavian sailors. She left Sandefjord, Norway on 22 September 1934 arriving on the whaling grounds on 15 December. Maximum cargo capacity 19,000 ton whale oil. A second Dutch newspaper Algemeen Handelsblad dated 11 March 1938 reported the arrival at Amsterdam, Netherlands of the Norwegian ms Jenny in the evening the day before. She was loaded with 6,2000 ton British whale oil taken over from the South African whaler Tafelberg. It was the first cargo of whale oil that same year arrived in Amsterdam. A third Dutch newspaper Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië dated 18 December 1939 reported that she was some weeks earlier attacked without success by a German submarine in the western part of the Atlantic Ocean.

Gross tonnage 13,640 tons , under deck 10,339 tons, net tonnage 9,196 tons and as dimensions 5-8.x x 72.5 x 35.7 feet. 

Friday, 19 June 2026

British merchant ship Calabria chartered for the Anglo-Egyptian War of 1882

Between July-September 1882 was the United Kingdom in war with Egyptian and Sudanese troops ending in the British occupation of Egypt. The British government chartered between July-August a lot of merchant steamships for transporting troops, stores etc. from the United Kingdom to Egypt including the Calabria. Transported Sir Garnet Wolseley and the 2nd Life Guards. Served as Cavalry transport in the late South African Wars.

Source

The Nautical Magazine. Fifty-first year. Volume VII. July 1882. 

Friday, 22 May 2026

Dutch East Indiaman Slot ter Hooge 1777-1790


off Rammekens, province Zeeland, Netherlands. Jan Voerman, 1780

muZEEum, Vlissingen, Netherlands

E.I.C. chamber Zealand, building no. 249, on stocks by Willem Udemans at the E.I.C. yard at Middelburg, Netherlands 15 January 1777, launched 14 May 1779, dimensions 150 x ? x ? feet and lost in the Indian Ocean between Batavia, Dutch East Indies and Cape Good Hope, South Africa in 1790. 

Sources

Kort gevat Jaarboek van de Edele Geoctroyeerde oost-indische compagnie der vereenigde Nederlanden ter kamer van Zeeland. Middelburg, 1759.

Archive V.O.C. 1602-1811 inv.no. 11048. Kort gevat Jaarboek van de Edele Geoctroyeerde Oost-Indische Compagnie tec. Christiaan Sigismund Matthaeus, Jan Dane, Middelburg, 1759.

Warshipsresearch.blogspot.com

Friday, 1 May 2026

The armament of the Dutch merchant ship Mangkalihat in the Second World War

According to the list and supplements 1-2 on 13 September 1945 BDZ No. 67 3sent by the office of armament the Royal Netherlands Navy located at 41 East 42nd Street, New York 17, USA. There were no complete records available, so there were several sources used to compile the list. Sometimes the kind of guns gave indirect information regarding the origin such as 4”/BL and 12 pounder guns were British mostly supplied in the United Kingdom, Canada or Curacao. The 4.7” guns were old Japanese guns placed on some vessels in the begin of the war at Singapore and some 4” guns in the same period at Surabaya, Dutch East Indies. The trade in which the ship was used gave also an indication were the guns were supplied, for example involved in the Pacific trade means supplied at the West Coast.

 

Armed with 2-2cm guns supplied at New York on 26 March 1942.

Cargo ship, launched by Deutsche Schiff- & Machinenbau A.G., Werk Joh. C. Tecklenborg A.G., Wesermünde, Germany with yard number 425 in 1928, delivered in April 1928 as Lindenfels  owner/manager Deutsche Dampfschifffahrts-Gesellschaft 'Hansa' A.G., Bremen, Germany, laid up at Sabang, Dutch East Indies in September 1939, seized by Dutch governement in May 1940, sold to manager N.V. Stoomvaart Maatschappij 'Nederland', Amsterdam, Netherlands, owner N.V. Nederlandsch-Indische Maatschappij voor Zeevaart II, Batavia, Dutch East Indies and renamed Mangkalihat on 10 May 1940 and torpedoed by German submarine U 198 underway from Suez, Egypt via Cape Town, South Africa to the United Kingdom as part of convoy B.C.2 east of Lourence Marques on 1 August 1943 and sunk on 3 August despite salvage efforts.Source

Archieven van hoofd handelsbescherming en diverse handelsbeschermingsofficieren 1941-1946 inv.no. 53 (Nationaal Archief, The Hague, Netherlands. 

Tuesday, 28 April 2026

Dutch passenger cargo ship Zaandam 1937-1942

Exhibition Varen voor Vrijheid. Museum Katwijk

Laid down by Dok- en Werf Maatschappij Wilton-Fijenoord N.V., Schiedam, Netherlands with yard number 663 on 22 December 1937, launched on 27 August 1938, delivered to the owner/manager N.V. Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij 'Holland-Amerika Lijn', Rotterdam, Netherlands on 21 December 1938, converted into a troop transport for the British Ministry of War Transport underway from Cape Town, South Africa towards New York, USA torpedoed and sunk by the German submarine U 1774 in the South Atlantic on 2 November 1942. 

Saturday, 25 April 2026

Belgian cargo ship Astrida 1928-1945

©Warshipsresearch.blogspot.com

Stadsarchief Rotterdam. Collectie Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM)-481-RDM-7190

Launched by Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM), Rotterdam, Netherlands for the Cie. Maritime Belge (Lloyd Royal) Soc. Anom., manager Agence Maritime Internationale on 22 December 1928, delivered in February 1929 and sunk in a heavy weather underway from Durban, South Africa towards Cape Town, South Africa and Matadi, Congo-Kinshasa/Democratic Republic of the Congo on 19 March 1945. Homeport Antwerp, call sign OQBA. Gross tonnage 3,422 ton, under deck 2,952 tons, net tonnage 2,055 ton and as dimensions 339.9 x 48.5 x 23.0 feet. Coal fuelled. 

Friday, 27 March 2026

Australian whale chaser (ex-Wilfred Fearnhead 1948-1970/1971) Cheynes IV 1970/1971-



Albany Whaling Station, Western Australia. Photos by Bill Donaldson 22-3-2026

IMO 5389566. Registered Fremantle. Built by A/S Framnaes Mekaniske Verksted, Sandefjord Norway in 1948. Sold by the Union Whaling Co., Durban, South Africa to the Chenynes Beach Whaling Company in 1970, beached in Frenchman Bay Albany 1981, museum ship. The company ended her activitities in Australia in 1978, the museum was opened in 1980 under the name Whale World. Steam propulsion.  Gross tonnage 530 tons and as dimensions 45.45 (over all) x 9.0 (moulded) x 5.182 *maximum) metres or 1491. x 29.53 x 17.0 feet. 

Tuesday, 3 March 2026

Italian ocean going diesel-electric submarine Alpino Bagnolini 1938-1943 and German U.I.T. 22 1943-1944

Brin-class. ©Warshipsresearch.blogspot.com

Liuzzi-class. ©Warshipsresearch.blogspot.com

Part of Liuzzi-class of which totally 4 four were built preceded by Brin-class. Laid down by Cantieri Navale Tosi, Taranto, Italy on 15 December 1938, launched on 28 October 1939, commissioned on 22 December 1939, seized at Bordeaux, France by German forces after the Italian armistice in September 1943, converted into a cargo submarine for supplying Japanese bases in the Far East, sunk by Catalina’s of the South African Force around 650 nautical miles south-southeast off Cape Town, South Africa on 11 March 1944 and stricken on 27 February 1947

Thursday, 26 February 2026

British cargo ship ss Doric Star lost in December 1939

 

German Admiral Graf Spee original appearance. ©Warshipsresearch.blogspot.com

German Admiral Graf Spee disguised appearance. ©Warshipsresearch.blogspot.com

An item reported that the 10,086 tons cargo ship ss Doric Star (1) loaded with general and refrigerated cargo departed Capetown, South Africa on 28 November bound for Freetown, Sierra Leone was reported as being by artillery fire from a battleship 600 miles east south east of St. Helena in the afternoon of 2 December and presumed to be lost.(1)

Notes

1. Launched by Lithgows, Port Glasgow, Scotland with yard number 731 on 24 February 1921, completed in 1922, taken into service as Doricstar in 1922, renamed Doric Star in 1929 and sunk on 2 December 1939 after leaving Auckland, New Zealand in November 1939.

2. She was destroyed by the German pocket battleship Admiral Graf Spee and not by her sister ship Admiral Scheer. Part of Of the Deutschland-class panzerschiffe, nicknamed pocket battleships by the Allied forces, later classified as heavy cruisers preceded by the Admiral Hipper-class. Main armament 2x3-28cm/11” guns, on fore and aft ship one turret. Building ordered as the Ersatz Braunschweig. Laid down on the Reichmarinewerft, Wilhelmshaven, Germany with yard number 125 on 1 October 1932, launched on 30 June 1934, commissioned on 6 January 1936, successful in destroying 50.089 gross tonnage of merchant ships, participated in the Battle of the Rio de La Plata on 13 December 1939 and finally scuttled to prevent capture on 17 December1939. Her captain was mislead believing that a large Allied naval force was approaching which was not true. Despite being damaged in the battle was she still superior to the Allied ships waiting outside Montevideo, Uruguay who were far more damaged. She was however lacking enough ammunition and had severe problems while the oil purification and desalination plants destroyed.

Sources

The National Archives, Kew Gardens, England CAB-66-4-1 Weekly Résumé (No. 14) of the naval, military and air situation from 12 noon 30 November to 12 noon 7 December 1939.

Lloyd’s Register 1939-1940. 

American whaler Murcia visited the Simon’s Bay, South Africa according to the The Cape of Good Hope Government Gazette dated 7 November 1834

An item reported the departure on 19 November from the Simon’s Bay by the American whaler Murcia, master P. Butler for whaling. 

American whaler Edward visited the Simon’s Bay, South Africa according to the The Cape of Good Hope Government Gazette dated 31 October 1834

An item reported the departure on 12 October from the Simon’s Bay of the American whaler Edward, master E.S. Ray for whaling. 

Sunday, 22 February 2026