Translate

Showing posts with label Mexico. Show all posts
Showing posts with label Mexico. Show all posts

Tuesday, 8 September 2026

Op- en overslag van Cubaanse rietsuikermelasse in Vlissingen 1906-1948

This blogspost deals with the storage of Cuban sugarcane melasse at the Dutch harbour Vlissingen between 1906-1948

De Vlissingse havens hebben in hun bestaan een grote variëteit aan (half)producten verwerkt van steenkool, hout, wol etc. Ook melasse behoort hiertoe. In 1937 worden professionele opslagtanks voor melasse aan de Buitenhaven in gebruik genomen. Toch dateert de overslag van melasse in Vlissingen al uit een veel eerder stadium. Melasse is een bij- of restproduct van de productie van suiker uit suikerriet of suikerbieten. De suikerbietencampagne is een bekend begrip ook in Zeeland, in Vlissingen werd echter melasse van Cubaanse suikerriet aangevoerd. Melasse wordt gebruikt als veevoer, voor drop, maar ook voor alcohol.

Britise tanker Athelduchess, het eerste schip dat melasse lost in de nieuwe tanks in juni 1955. 

Zeeuws Archief, Fotocollectie Vlissingen, nr. 22562

De eerste jaren 1906-1937

De krant De Zeeuw van 1 maart 1906 meldt dat er een grote kans is op een nieuwe stoomvaartlijn tussen Cuba en Vlissingen. Hierbij gaat het om de vervoer van melasse. Men heeft haast, want begin april wordt het eerste schip al verwacht. Het bekende Vlissingse cargadoorsbedrijf firma De Groof & Co. treedt op als de Nederlandse vertegenwoordiger.  De Nieuwe Zeeuwsche Courant bevestigt dit bericht en geeft aan dat het gaat om overslag en niet zozeer opslag. De melasse wordt na aankomst overgeladen in lichters. Het gaat in eerste instantie om een experiment met de Engelse stoomtanker Oranje Prince als proefkonijn. Op 22 maart arriveert de Oranje Prince al. Blijkbaar is het experiment een succes want het komt datzelfde jaar diverse keren terug. Ook het Italiaanse stoomschip Margaretha voert dat jaar melasse aan, bestemming de Zuid-Nederlandsche Melasse- en Spiritusfabriek te Bergen op Zoom. Ook in 1907 bezoekt de Oranje Prince nog de Vlissingse haven, daarna zijn het andere schepen.

In 1929 vermeldt het gemeenteverslag nog dat door de malaise in de suikerbietenindustrie geen overslag van suikerbieten in de haven plaats kon vinden. Maar het gehele jaar door was nog steeds vanuit Engeland melasse aangevoerd. Deze werd vervolgens overgepompt in lichters en naar Bergen op Zoom vervoerd. Het jaar daarop is het niet anders. De hoeveelheid melasse, aangevoerd van overzee, neemt steeds meer toe. In 1931 is het aantal zeeschepen dat in Vlissingen afmeert met maar liefst 47 procent toegenomen, alleen al dankzij de melasse. De vooruitzichten zien er voor de haven toch al florissant uit, ondanks dat de Buitenhaven nog niet goed uitgerust was. Er is inmiddels een kolenbunkerstation gevestigd door S.H.V. en naast melasse wordt er ook kunstmest overgeslagen. De wereldwijde economische crisis heeft natuurlijk ook gevolgen voor de scheepvaart. Zo daalt in 1932 het aantal schepen met 33 procent ten opzichte van 1931. Naast melasse wordt onder meer kunstmest en spiritus aangevoerd. Het kolenbunkerstation floreert, maar liefst 361 schepen komen kolen bunkeren, wat 75.000 ton steenkolen meer dan in 1931 inhoudt.

Eerste steenlegging voor het pompgebouw door de Vlissingse burgemeester Van Woelderen in 1937. Zeeuws Archief, Collectie Vlissingen, nr. 21412.Eerste steenlegging voor het pompgebouw door de Vlissingse burgemeester Van Woelderen in 1937. Zeeuws Archief, Collectie Vlissingen, nr. 21412

Professionalisering en stillegging 1937-1941

Begin 1937 komt er een omslag van overslag naar opslag. Een Engelse bedrijf, gehuisvest in Londen, besluit tot het exporteren van grote hoeveelheden van Cubaanse (en Mexicaanse?) melasse naar Europa. Hierbij wordt Vlissingen als centraal opslagpunt voor verdere distributie aangewezen. Dat betekent wel dat er opslagfaciliteiten nodig zijn. De Kon. Mij. De Schelde krijgt de opdracht tot het bouwen van twee tanks, elke met een inhoud va 3.000 kubieke meter of 4.200 ton. In de nazomer moeten de tanks klaar voor gebruik zijn, want in oktober wordt de eerste lading melasse aangevoerd.

De Vlissingse Courant van 9 april vraagt zich overigens wel af waarom voor Vlissingen is gekozen en niet voor Bergen op Zoom. Voor de Spiritusfabriek daar wordt jaarlijks door tientallen tankers melasse uit Engeland aangevoerd. Voor Vlissingen betekent het natuurlijk wel een forse duw in de rug, want de melasse wordt door de binnenvaart verder vervoerd naar Bergen op Zoom. De twee tanks zijn er eerder dan gepland. Dat is maar goed ook. Want op dinsdagmorgen 13 juli om 6 uur ’s ochtends arriveert de Engelse tanker Gloxinia, geladen met melasse, van General Parera. Naast de twee grote opslag tanks is er ook een 100 tons aftaptank beschikbaar en een hypermoderne pompinrichting waarmee de melasse in tanklichters, tankspoorwegwagens of in vaten kan worden gepompt. Zo wordt op een zaterdagmiddag in oktober  in slecht één uur tijd 350 ton gepompt in een tanklichter. In 1937 zijn de drie nieuwgebouwde opslagtanks met pompinrichting in gebruik genomen en dit vertaalt zich direct in goede resultaten.  Zo goed dat al in 1938 het complex met drie tanks van 500 ton wordt uitgebreid, opnieuw gebouwd door de Kon. Mij. De Schelde.

Enige trots mag het Vlissingse Havenbedrijf niet worden onthouden. Op donderdag 1 juni lost men op één dag de Noorse tanker Evina die 4.600 ton Cubaanse melasse voor rekening van de Amerikaanse General Molasses Corporation aanvoert met als afnemer de Amsterdamse firma Loneconese. De Evina kan dezelfde dag weer uitvaren! De uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 zal echter roet in het eten gooien. Nederland wordt in 1940 bezet door Duitsland, de aanvoer komt stil te liggen en de tanks blijven leeg. Het ergste moet echter nog komen.

De vernielde handelskade naast de melassetanks gezien richting havenmond in 1944.

Wederopbouw 1944-1948

Vlissingen wordt tijdens de oorlog zwaar gebombardeerd door de geallieerden. Haar strategische positie aan de Scheldemonding valt opnieuw in haar nadeel uit. De Duitse troepen blazen het grootste deel van de kades op en brengen schepen tot zinken. Kortom, bij de bevrijding in 1944 zijn de havens in feite onbruikbaar. Rijkswaterstaat herstelt de kademuur in de Buitenhaven in 1945 volledig en een jaar later wordt in de haven een geul uitgebaggerd zodat zeeschepen met een maximale diepgang van 29 voet (8,84 meter) binnen kunnen lopen. Ook de wrakken van de gezonken schepen worden gelicht. Het tankcomplex met een opslag van 10.000 ton kan weer in gebruik worden genomen.

Op 9 september 1946 is het weer zover. Voor het eerst sinds de oorlog was beëindigd, meert weer een zeeschip van redelijke afmetingen af. Het is de 10.000 ton metende Noorse tanker Norse King met 8.300 ton Cubaanse melasse aan boord en die door twee Belgische slepers naar binnen wordt getrokken. Haar diepgang van 27 voet (8,23) meter blijkt geen problemen op te leveren. De melasse is door de Nederlandse regering in Cuba aangekocht voor de verwerking tot veevoer en brandspiritus. Niet dan met veel moeite is men er in geslaagd een tanker te charteren. Na lossing vertrekt het een paar dagen later opnieuw naar Cuba voor een lading melasse. De tanker keert dat jaar verscheidene keren terug, al wordt naast Vlissingen ook in Antwerpen melasse gelost. De aanvoer in Vlissingen groeit gestaag: in 1947 is al sprake van 24.000 en in 1948 van 27.000 ton. Daarbij gaat het sinds 1948 niet alleen meer om rietsuikermelasse, maar ook om suikerbietenmelasse. Eenmalig worden de tanks niet gebruikt voor de opslag van melasse maar voor Noorse walvistraan in 1952.

Bronnen

Gemeente Vlissingen 1937-1970 

Archief Kabinet Burgemeester van Vlissingen 1936-1967 

Notulen gemeenteraad Vlissingen https://www.zeeuwsarchief.nl/onderzoek-het-zelf/archief/?

Gemeenteverslagen en jaaroverzichten Vlissingen

Hinderwetvergunningen Vlissingen 1869-1947 

Archief N.V. Haven van Vlissingen 1914-1983 

www.delpher.nl

www.krantenbankzeeland.nl

H. Arnoldus, Vijftig jaar N.V. Haven van Vlissingen 1934-1984

Friday, 28 August 2026

American torpedo ram USS Alarm 1873-1898

Illustrated London News dated 16 June 1877

Ordered in 1871 by admiral David D. Porter (1) who was also responsible for her design although the details were drawn by Isaiah Hanscom (2), Chief of the Bureau of Construction. Laid down by New York Navy Yard in 1873, launched on 13 November 1873, commissioned in 1874, decommissioned in 1885, stricken in 1897 and sold to be broken up on 23 February 1898. Fitted out with a ram bow with a length of 25 foot.

Notes

1. David Dixon Porter (8 June 1813 Chester, Pennsylvania, USA-13 February 1891 Arlington, Virginia, USA), served in the Mexican Navy between 1825-1829 and in the US Navy between 1829-1891 ending his career in the rank of admiral.

2. Isaiah Hanscom 1815 Eliott, Maine, USA-5 March 1880 Washington, USA), naval constructor since 14 March 1856, chief of the Bureau of Construction and Repair between January 1871-April 1877 and on the Retired List 29 June 1877. Commodore. 

Wednesday, 26 August 2026

Cuban general cargo ship Bahia de Cochinos 1969-1998

©Warshipsresearch.blogspot.com

IMO 6914710. Similar Bahia de Cochinos, Playa Larga and Victoria de Giron. Laid down by Uddevallavarret AB, Uddevalla, Sweden with yard number 228 for Empresa Navegacion Mambisa, Havana, Cuba on on 23 Janaury 1969, launched and christened on 23 April 1969, delivered on 3 July 969 and broken up at Tuxpan, Mexico in 1998. Dimensions 161,9 x 20,4 x 9,7 metres. 

Saturday, 28 February 2026

Luxembourgian offshore vessel Karina 2016-



Vlissingen, Netherlands 28-2-2026

Luxembourg-flagged, IMO 9731262, MMSI 253000128 and call sign LXAP6. Mexico-flagged 2016-2023, Marshall Islands-flagged, homeport Majuro, MMSI 538010503 and call sign V7A6132 2016-2023, nowadays Luxembourg-flagged. Built by Scheepswerf De Hoop, Lobith-Tolkamer, Netherlands in 2016. Owner/manager Deme Offshore Equipment NV, Luxembourg. 

Tuesday, 24 February 2026

German blockaderunner Weser 1940

In a letter dated 13 April 1942 No. 1329 to the O.K.M./1 Abteilung Skl. was the so-called ‘Etappen’-organisation of the navy described. In the attachment were the blockade runners decribed used for this purpose. Ms. Weser. After unloading. Left Punta Arenas (Costa Rica) on 16 July 1940. Arrived at Manzanillo on 21 July 1940. Transfer for fuel and to be loaded.

Source

Bundesarchiv RM 7/223

Wednesday, 11 February 2026

German blockade runner Havelland in 1940


Havelland. ©Warshipsresearch.blogspot.com

In a letter dated 13 April 1942 No. 1329 to the O.K.M./1 Abteilung Skl. was the so-called ‘Etappen’-organisation of the navy described. In the attachment were the blockade runners decribed used for this purpose. Ms. Havelland. Loaded with oil. Left Manzanillo on 27 June 1940. Arrived at Yokohama, Japan on 12 August 1940. Transfer with engine problems to be repaired in Japan.

Note

1. Call sign DIBZ. Launched by Blohm&Voss, Hamburg, Germany on 12 May 1921 as part of the Havelland-class, since 1940 lying in Japan with engine problems, repaired and became a supply cargo ship in 1942. attacked by the American submarine Gurnard (SS-254) in 1943 but servived, became a floating accommodation at Kobe, apparently renamed Tatsumi Maru in May 1945, wrecked at Kobe, Japan in September 1945, salvaged in January 1946 and broken up. Gross tonnage 6.334 tons, under deck 5.592 tons, net tonnage 3.836 tons and as dimensions 449.0 x 58.3 x 26.9 x 25 (loaded) feet. Reciprocating steam machinery with 856 nhp/4.500 ihp horsepower and a speed of 10-12 knots. Oil fuel bunker capacity 1.434 tons.

Source

Bundesarchiv RM 7/223

Saturday, 27 December 2025

The German blockade runner Havelland in October 1939

As the Japanese Tatsumi Maru. ©Warshipsresearch.blogspot.com

In a letter dated 13 April 1942 No. 1329 to the O.K.M./1 Abteilung Skl. was the so-called ‘Etappen’-organisation of the navy described. In the attachment were the blockade runners decribed used for this purpose. Ms. Havelland. No cargo after she was unloaded. Departed Punta Arenas (Costa Rica) on 8 October 1939. Arrived at Manzanillo, Mexico on 19 October 1939. Transferred to be fitted out. Engine not intact.(1)

Note

1. Call sign DIBZ. Launched by Blohm&Voss, Hamburg, Germany on 12 May 1921 as part of the Havelland-class, since 1940 lying in Japan with engine problems, repaired and became a supply cargo ship in 1942. attacked by the American submarine Gurnard (SS-254) in 1943 but servived, became a floating accommodation at Kobe, apparently renamed Tatsumi Maru in May 1945, wrecked at Kobe, Japan in September 1945, salvaged in January 1946 and broken up. Gross tonnage 6.334 tons, under deck 5.592 tons, net tonnage 3.836 tons and as dimensions 449.0 x 58.3 x 26.9 x 25 (loaded) feet. Reciprocating steam machinery with 856 nhp/4.500 ihp horsepower and a speed of 10-12 knots. Oil fuel bunker capacity 1.434 tons. 

Source

Bundesarchive RM 7-223. 

Friday, 12 December 2025

Spanish galleon El Carmen in 1639

Part of Galeones de plata de Tierra Firme departed Vera Cruz, Mexico on 7 April and arrived at Cadiz on 17 July. Under command of Don Carlos de Ybarra. Tonnage 600 tons. Captain Juan de Ortaluña; Marcos Antonio de Ysasti.

Source

Huguette et Pierre Chaunu. Seville et l’Atlantique 1504-1650, vol. 3.

Thursday, 4 December 2025

Spanish galleon El Angel de la Guardia in 1639

Part of Galeones de plata de Tierra Firme departed Vera Cruz, Mexico on 7 April and arrived at Cadiz on 17 July. Under command of Don Carlos de Ybarra. Tonnage 600 tons. Alexandro Caonil. Of the Crown. Captain Alexandroa Canoli. From Biscay. 

Source

Huguette et Pierre Chaunu. Seville et l’Atlantique 1504-1650, vol. 3.

Saturday, 29 November 2025

Spanish galleon San Juan in 1639

Part of Galeones de plata de Tierra Firme departed Vera Cruz, Mexico on 7 April and arrived at Cadiz on 17 July. Under command of Don Carlos de Ybarra. Tonnage 600 tons. Captain Juan de Bautista de Garay.

Source

Huguette et Pierre Chaunu. Seville et l’Atlantique 1504-1650, vol. 3.

Wednesday, 26 November 2025

Spanish galleon Santago de Galicia in 1639

Part of Galeones de plata de Tierra Firme departed Vera Cruz, Mexico on 7 April and arrived at Cadiz on 17 July. Under command of Don Carlos de Ybarra. Tonnage 600 tons. Captain Juan de Sozoaga. Of the crown. From Biscay.

Source

Huguette et Pierre Chaunu. Seville et l’Atlantique 1504-1650, vol. 3.

Thursday, 20 November 2025

Spanish galleon Nuestra Señora de Regla in 1639

Part of Galeones de plata de Tierra Firme departed Vera Cruz, Mexico on 7 April and arrived at Cadiz on 17 July. Under command of Don Carlos de Ybarra. Tonnage 700 tons. Captain Juan de Torres Castillo, Créanciers of Miguel de Estrella.

Source

Huguette et Pierre Chaunu. Seville et l’Atlantique 1504-1650, vol. 3.

Sunday, 16 November 2025

Spanish galleon San Marcos in 1639

Part of Galeones de plata de Tierra Firme departed Vera Cruz, Mexico on 7 April and arrived at Cadiz on 17 July. Under command of Don Carlos de Ybarra. Tonnage 860 tons. Captain Martin de Aperribay. Of the Crown.

Source

Huguette et Pierre Chaunu. Seville et l’Atlantique 1504-1650, vol. 3.

Monday, 10 November 2025

Spanish galleon San Mateo in 1639

Part of Galeones de plata de Tierra Firme departed Vera Cruz, Mexico on 7 April and arrived at Cadiz on 17 July. Under command of Don Carlos de Ybarra. Tonnage 600 tons. Captain Don Diego de Mirafuentes. Of the crown.

Source

Huguette et Pierre Chaunu. Seville et l’Atlantique 1504-1650, vol. 3.

Wednesday, 23 July 2025

Japanese submarine facilities along Mexican west coast according to the U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary dated 1 January 1942

An item referred to several unconfirmed reports of supply and radio facilities on the Mexican west coast and outlying islands which were available for Japanese submarines.

Source

Map Room Papers (Roosevelt Administration), 1942 - 1945. U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary No. 22 dated 1 January 1942

Friday, 16 May 2025

Decreasing activities of enemy submarines in Eastern Pacific according to the U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary dated 8 January 1942

An item reported that some enemey submarines seemed to be active south of Oahua, Two were even sighted. One on 6 January in the area of the Queen Charlotte Straits on the position latitude 50.50 north and longitude 127.40 west, northern point of Vancouver Island. An R.D.F. fix reported another one in the area around 100 miles north west of Cape Mendecino, California, USA. The J.I.C. commented that reports of enemy submarines operating in the Eastern Pacific were less frequent in the past week. This could be caused by returning to their bases or going to a rendezvous with a mother ship for fuel and supplies.

Source

Map Room Papers (Roosevelt Administration), 1942 - 1945. U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary No. 29 dated 8 January 1942 

Tuesday, 13 May 2025

Enemy submarines active along Mexican and US Pacific coastline according to the U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary dated 5 January 1942

An item reported that is was believed that 7 enemy submarines were active off the American Pacific coastline, possible supported by supply vessels. RDF bearings pointed out supply vessels in the vicinity of Kodiak and 1,000 miles north east of Hawaii. Until now no supply vessels were actually sighted. The reports of enemy [Japanese?] submarine bases along the Mexican Pacific coast could not be confirmed.

Source

Map Room Papers (Roosevelt Administration), 1942 - 1945. U.S. Joint Intelligence Committee. Daily summary No. 26 dated 5 January 1942 

Wednesday, 9 April 2025

Mexican naval base at Manzanillo, Mexico 30 March 2025

Frigate ARM (ex-Reformador 2017-2020) Benito Juárez POLA-101 2020-

SIGMA 10514 LROPV. Part of Reformador-class built in modules by Damen Schelde Naval Shipbuilding, Vlissingen, Netherlands and Astillero de Marina No. 20, Salina Cruz, Mexico. Laid down on 17 August 2017, launched on 23 November 1918 and commissioned on 6 February 1920. 

Mexican replenishment vessel ARM (ex-Zapoteco 1984-1993, Rio Coatzacoalcos 1993-2001) Zapoteco MP202 2001-

IMO 8102373. Huasteco-class or Usumacinta-class. Built by Astilleros de Marina, Tampico, Mexico or at Santa Cruz in 1984. Commissioned on 1 September 1986

Mexican research vessel (ex-James M. Gillis 1962-1984) Altair B103 1984-

IMO 7338339. Robert D. Conrad-class.Laid down by Christy Corporation, Sturgeon Bay, Wisconsin on 31 May 1961, launched on 19 May 1962, acquired by US Navy on 5 October 1962, commissioned on 5 November 1962, leased from the USA on 14/15 June 1983, refitted and recommissioned on 27 November 1984 and bought on 4 December 1996. Ex-AGOR 4 and H05. 

Saturday, 8 March 2025

German naval auxiliary supply ship Emmy Friedrich in 1939

Admiral Graf Spee. ©Warshipsresearch.blogspot.com

C-class light cruiser Caledon sub-clas. ©Warshipsresearch.blogspot.com

In a letter dated 13 April 1942 No. 1329 to the O.K.M./1 Abteilung Skl. was the so-called ‘Etappen’-organisation of the navy described. In the attachment were the blockade runners decribed used for this purpose. German motor tanker Emmy Friedrich (1) left Tampico, Mexico on 20 October 1939 to supply the German pocket battleship Admiral Graf Spee(2), was scuttled in the Caribbean on 24 October 1939 when she engaged the British cruiser HMS Caradoc.(3)

Notes

1. Built by Russel&Co., Port Glasgow, Scotland as the United Kingdom-flagged ss Borderer in 1904 and since 1930 ss Emmy Friederich of Reederei Eugen Friedrich. Scuttled in the Yucatan Straight, Gulf of Mexico.

2. Of the Deutschland-class consisting of the Admiral Graf Spee, Deutschland (1940 renamed Admiral Lützow) and the Admiral Scheer. In the international press called pocket battleship with the idea outrunning each ship which was too powerful for her but able to destroy any other ship. Very suitable to serve as commercial raider. Building ordered as the Ersatz Braunschweig). Laid down on the Reichmarinewerft, Wilhelmshaven, Germany with yard number 125 on 1 October 1932, launched on 30 June 1934, commissioned on 6 January 1936, successful in destroying 50.089 gross tonnage of merchant ships, participated in the Battle of the Rio de La Plata on 13 December 1939 and finally scuttled to prevent capture on 17 December1939.

3. C-class light cruiser Caledon sub-class, preceded by Arethusa-class, succeeded by Danae-class, laid down by Scotts Shipbuilding and Engineering Company, Greenock, Scotland on 21 February 1916, launched on 23 December 1916, commissioned on 15 June 1917, accommodation ship since April 1944, decommissioned in December 1945 and sold to be broken up on 5 April 1946.

Source

Bundesarchiv RM 7/223

Thursday, 20 February 2025

American battleship USS Michigan underway towards Mexico according to the Dutch newspaper Bataviaasch nieuwsblad dated 17 April 1914

South Carolina-class. ©Warshipsresearch.blogspot.com

An item dated Philadelphia, USA 16th reported the departure of the American battleship Michigan (1) towards Mexico.(2)

Notes

1. BB-27. Part of South Carolina-class, laid down by New York Shipbuilding Corporation on 17 December 1906, launched on 26 May 1908, commissioned on 4 January 1910, decommissioned on 11 February 1922, stricken on 10 November 1923 and broken up in 1924.

2. Probably dealing with the gun salute crisis. Mexico would salute the US flag and American ships would respond with contra salutes.